Doorgaan naar hoofdcontent

Over Missa Papae Marcelli

Giovanni Pierluigi da Palestrina ( ca. 1525-1594) componeerde zijn Missa Papae Marcelli in een woelige tijd. Kerkleiders zochten uit alle macht naar mogelijkheden om de gevolgen van de Reformatie het hoofd te bieden. Men wilde het steeds populairder wordende Protestantisme het hoofd bieden.

Nu was de kerkmuziek in de 16de eeuw een vergaarbak van groen en rijp; van verheven tot platvloers. In de Cantus Firmus techniek, waarbij de componisten zich in vroeger tijden beperkten tot gebruikmaking van Gregoriaanse melodieën, ging men steeds meer gebruik maken van populaire wereldse melodieën. Er werden zelfs grote lappen tekst (Credo) opgesplitst over verschillende stempartijen die dan tegelijkertijd klonken. Dit bespaarde uiteraard tijd, maar het kwam de verstaanbaarheid niet ten goede.

In een tijd waar de verstaanbaarheid steeds belangrijker werd (mede onder invloed van het opkomende Protestantisme), kon een reactie van de kerk als instituut niet uitblijven. Het verhaal gaat dat de kardinalen tijdens het Concilie van Trente van oordeel waren dat de polyfonie té intellectueel en té sensueel zou zijn om als kerkmuziek dienst te doen. Het voorstel was om voortaan alleen het éénstemmige Gregoriaans te accepteren als officiële kerkzang.

Een van de leidende deelnemers aan dit debat was de latere Paus Marcellus II. Hij was het die Palestrina inspireerde om met een mis aan te tonen dat de polyfone schrijfwijze helder, devoot en verstaanbaar kon zijn. Het resultaat was de Missa Papae Marcelli, opgedragen aan een Paus die na een pontificaat van slechts 22 dagen aan een nierkwaal kwam te overlijden.

De syllabische stijl sprak de kardinalen van het Concilie van Trente dermate aan dat zij deze 'Palestrina'-stijl als voorbeeld stelden voor toekomstige kerkmuziek. Hiermee werd tevens de weg vrijgemaakt voor de Barok.

Het Zuid Nederlands kamerkoor zal onder mijn leiding Missa Papae Marcelli ten gehore brengen tijdens missen in Udenhout (20 juni), Tilburg (4 juli) en Lille (26 september).

Reacties

Marion zei…
Dit stuk doet me verlangen naar een vervolg op de cursus Muziek luisteren...

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…