Doorgaan naar hoofdcontent

Over 'Was mein Gott will'


Was mein Gott will, das g'scheh allzeit,
sein Will der ist der beste;
Zu helfen den'n er ist bereit,
die an ihn Glauben feste;
Er hilft aus Not, der fromme Gott,
und züchtiget mit Massen.
Wer Gott vertraut, fest auf ihn baut,
den will er nicht verlassen. 

Het is weer Passietijd en ik voer morgen de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach uit met het Kamerkoor BonTon, het Zuid-Nederlands Kamerkoor en Chapelle 'Le Duc' in de Petrus-Banden-Kerk te Oisterwijk. Er is veel geschreven over dit majestueuze werk en toch wil ik enkele gedachten delen over bovenstaand koraal.

Bach leefde ruim een eeuw na de Reformatie. Bestudering van de natuur leerde de mens meer en meer beseffen dat gangbare canonieke opvattingen op gebied van wetenschap en menselijk kennen onjuist waren. De mens verkreeg meer inzichten en exacte kennis; de onaantastbare autoriteit van de auctoritates als kerkvaders en Griekse filosofen als Aristoteles was niet meer voldoende. Er rustte geen autoritair zegel meer op de waarheid. God is niet meer de enige spil en grondslag van de wereld. Scepsis en onzekerheid waren het gevolg. René Descartes (1596-1650) heeft zijn Discours de la Methode al geschreven als Bach nog geboren moet worden. Het draait bij Descartes niet om de waarheid van de beweringen, maar om de zekerheid van de uitspraak zelf; de methode. De radicale twijfel bij Descartes is een methodisch denkexperiment dat de wereld zal veranderen. Bach componeerde zijn Matthäus Passion in 1729 en het zou mij verbazen als een man als Bach geen weet zou hebben gehad van de twijfel die pakweg honderd jaar eerder zo prominent de wereld opschudde.

Zoals Anselmus van Canterbury, met zijn ontologisch Godsbewijs, wist Bach zeker dat God bestond en het koraal is uiteraard bewust in de Matthäus Passion terecht gekomen. Het is een statement, een positionering van Bach om aan te geven waar hij staat. Het geeft voor mij aan hoe Bach in het leven staat en welk Godsbeeld hem voor ogen staat bij het schrijven van dit meesterwerk.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Speelt mijn linde, zingt de nachtegaal.

Gisteren waren de kinderen met de kleinkinderen op bezoek. Het was mooi weer en het is dan fijn om met zijn allen bijeen te zijn. De kleinkinderen claimen al onze aandacht; de jongsten, Floris en Reinout, omdat ze zo jong zijn en nog verzorging behoeven, Olivia omdat ze als driejarige de wereld aan het verkennen is. Elke leeftijd heeft zijn charme, maar de wereld van een driejarige vind ik wel erg boeiend om als bompa mee te mogen maken.

De taalontwikkeling van de driejarige Olivia gaat met sprongen vooruit. Ze spreekt in hele zinnen, vraagt voortdurend 'Waarom?' en je merkt aan alles dat zo'n kind de wereld aan het ontdekken is. Het kind heeft oog voor zaken waar wij als volwassenen allang blasé aan voorbijgaan. De aanwezigheid van een driejarige in je omgeving maakt dat je zelf de wereld ook weer met andere ogen beziet. De sprookjesachtige wereld van plant en dier, mens en omgeving, openbaren zich in alle luister aan wie er oog voor heeft. Olivia helpt mij de wereld weer …

God bestaat, Hij woont in Brussel.

Gisteravond heb ik een prachtige film bekeken: Le Tout Nouveau Testament, een film van schrijver Thomas Gunzig en cineast Jaco Van Dormael. God bestaat in deze film en Hij bewoont samen met Zijn vrouw en Zijn dochter Ea (verwijzing naar de Evangelische Alliantie?) een bedompt appartement zonder deuren naar de buitenwereld in een hoge flat in Brussel. Deze tirannieke en verknipte persoonlijkheid in zijn badjas terroriseert Zijn gezin en sluit zich op in Zijn geheime werkkamer waar hij op Zijn computer met sadistisch genoegen en uit verveling wetten uitschrijft die de mensheid moeten kwellen met allerlei groot en klein leed. Hij is anders dan Zijn weggelopen zoon J.C., die het volgens Hem te bont heeft gemaakt en naar Gods zeggen maar wat geïmproviseerd heeft. Zijn vrouw laat alles gedwee over zich heen gaan en Zijn dochter Ea komt voor de mensen op; zij hackt Zijn computer, maakt aan alle mensen via SMS hun sterfdatum bekend en loopt weg van huis. Zij daalt via een tunnel in de wasmach…