Doorgaan naar hoofdcontent

Eenvoudig maar niet simpel


Anton Bruckner is een componist die ik vanaf mijn adolescentie bewonder en veel heb bestudeerd. De man van de grote symfonieën, de missen en bekende motetten. Bruckner was een begenadigd organist. Toch heeft hij betrekkelijk weinig orgelwerken nagelaten. De oorzaak was dat hij fantastisch kon improviseren. Hij bracht het publiek in Parijs (1869) en London (1871) in vervoering met zijn improvisaties. Het is jammer dat er geen opnamen van zijn bewaard.

Ik ben met mijn vrouw, Kitty van Buul, in onze jonge jaren naar Stift Sankt Florian geweest. We hebben daar de kerk met het orgel bezocht waar hij op speelde en het kleine museum over Bruckner. Ook zijn grote bronzen sarcofaag in de crypte van de kerk hebben we gezien. Een sarcofaag omgeven door knekels en schedels van lang geleden.

Thuis, op de piano, heb ik een buste van Bruckner staan. Naast Beethoven, Liszt en Wagner heeft hij een ereplaatsje in ons huis. Het is een moeilijk te verkrijgen exemplaar. Je ziet Bruckner trots de ring tonen die hij had gekregen ter gelegenheid van het eredoctoraat van de Weense Universiteit. Bruckner was zo blij met zijn onderscheiding dat hij zijn wijsvinger met de ring opzichtig vooruit steekt. Een collega docent en Brucknerkenner aan het Elzendaalcollege te Boxmeer, Wim Sieben (in Salzburg op 63-jarige leeftijd overleden in maart van dit jaar), heeft de buste voor mij meegebracht uit Oostenrijk.

Bruckner was een bescheiden man. Hij is nooit getrouwd geweest en naast zijn moeder en de huishoudster heeft hij geen vrouwen in zijn leven gehad. Hij leefde in bij zijn broer Ignaz en liet na zijn overlijden weinig meer na dan een paar persoonlijke bezittingen, zijn vleugel en zijn bed. Hij heeft zijn grootste symfonieën geschreven in de beslotenheid van zijn kamer. Ik heb altijd de indruk gehad dat hij door het componeren van zijn symfonieën kon ontsnappen aan de beslotenheid van zijn zelfverkozen leefomgeving.

Micro-en macrokosmos kunnen soms in een kleine kamer verenigd worden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…