Doorgaan naar hoofdcontent

Cultuuromslag

Rond 1850 ontstond in London de Publics Library Act, die als basis zou gaan dienen voor de Openbare Bibliotheken in Nederland. In 1860 werd zingen wettelijk verplicht gesteld op de Lagere School en vanuit het gedachtegoed van die regelgeving zijn er ook muziekscholen opgericht. Volksverheffing was het gevleugelde begrip uit die tijd; de arbeidersklasse kreeg de mogelijkheid zich te verheffen tot de middenklasse, de middenklasse kon haar positie verstevigen en de hogere klasse werd uitgedaagd door de beide andere klassen. Voor beide instituten geldt vanaf het begin dat ontwikkeling (zelfontplooiing) en educatie als voornaamste kerntaken werden gezien.

In het begin van de 20ste eeuw werden in Nederland de eerste Openbare Bibliotheken geopend en tevens de eerste muziekscholen opgericht. In het begin waren beide organisaties vooral afhankelijk van particulieren in een verzuilde samenleving. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam er gaandeweg meer ruimte voor een ontwikkeling waarbij geloofsovertuiging een steeds geringere rol ging spelen en ook werden deze organisaties minder afhankelijk van particuliere bijdragen.

Cor Wijn schreef in zijn artikel "Kunstencentra op weg naar 2020" ("Jaarboek Actieve Cultuurparticipatie 2013"; Utrecht, april 2014), dat in Nederland de aandacht van de overheid voor cultuur en sport nauw verweven is met de opkomst van de verzorgingsstaat. "Theaters, musea, bibliotheken en kunstencentra in ons land zijn financieel voor het grootste deel van de gemeenten afhankelijk."(pagina 66) Hij geeft een duidelijke tendens aan waarbij door de grote decentralisaties van het kabinet Rutte II de 'vrij te besteden' gemeentelijke middelen wegteren. Er zal waarschijnlijk in de nabije toekomst minder geld beschikbaar zijn voor de autonome taken van de gemeente; cultuur is er daar een van.

Het logische en onvermijdelijke gevolg zal zijn dat er in de cultuursector minder gewerkt zal moeten worden met publiek geld en dat de burger zelf meer zal moeten gaan betalen. Er zal dus een cultuuromslag binnen deze sector moeten plaatsvinden en het is de vraag of dat erg is. We hebben de mond vol over cultureel ondernemerschap, maar de verschuivingen vinden echter mondjesmaat plaats. Veel kunstencentra nemen de handschoen niet op en blijven volharden in het verdedigen van hun tot nu toe gevoerde beleid. Ondertussen vinden er innovaties plaats door beroepskunstenaars die niet binnen diezelfde centra aan de bak komen. Zij anticiperen beter en flexibeler op de veranderende omstandigheden. Een goed voorbeeld hiervan vind ik de pianoschool van Marlous Nypels. Onafhankelijk heeft zij een bloeiende pianopraktijk die niet onderdoet voor lessen aan kunstencentra en muziekscholen. Zij is bevoegd pianodocent en vertoont cultureel ondernemerschap door samen te werken met anderen, initiatieven te ontplooien en te luisteren naar wat haar klanten willen. De burger is daardoor bereid het ongesubsidieerde bedrag aan lesgeld te betalen. Dit is geduchte concurrentie voor de 'gevestigde' centra.

De particuliere markt zal waarschijnlijk de cursusfunctie gaan overnemen van de kunstencentra. Of zoals Cor Wijn dat stelt: "De indruk bestaat dat gemeenten in de toekomst waarschijnlijk meer geïnteresseerd zullen zijn in de functie van kunstencentra als motor voor culturele levendigheid dan in de cursusfunctie. Deze laatste functie kan ook de particuliere markt vervullen, de spilfunctie niet. Te voorzien valt dat gemeenten nog wel bereid zullen zijn (en zelfs stevig) om te investeren in accommodaties (zoals een cursusverzamelgebouw), maar steeds minder zullen willen bijdragen in de exploitatie".

We leven in een veranderende wereld waarin kenniseconomie, informatiesamenleving, een leven lang leren en cultureel burgerschap als belangrijk begrippen gelden. Ook ik geloof in de spilfunctie die gesubsidieerde en gevestigde organisaties daarbij zou kunnen vervullen. Het is uitdagend maar ook inspirerend om aan de hierboven omschreven cultuuromslag een steentje bij te kunnen dragen.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…