Doorgaan naar hoofdcontent

Muzikaal beleven en begrijpen

Maar al te vaak zeggen mensen tegen mij dat ze niet muzikaal zijn. Ze bedoelen dan te zeggen dat ze geen instrument kunnen bespelen of dat ze geen noten kunnen lezen. Het is nog maar de vraag of beide bezigheden ook werkelijk betekenen dat je muzikaal bent. Ik ken veel musici die noten kunnen lezen en een instrument kunnen bespelen, maar waarvan je jezelf kunt afvragen of de mate van de vermeende muzikaliteit samenhangt met het klinkende resultaat van hun inspanningen. Muzikaliteit kun je volgens mij beter zien als een breder begrip dat je omschrijft als gevoeligheid voor muzikale indrukken of als het vermogen muziek als zodanig waar te nemen. Muzikaliteit als de behoefte en het vermogen om muziek te beleven. Het woord "behoefte" geeft een positieve instelling tot de muziek aan. Deze behoefte ontwikkelt zich vaak tot liefde voor muziek en is niet voorbehouden aan hen die zelf musiceren; luisteren naar muziek is ook een teken van muzikaliteit.

Fundamentele eigenschappen van muzikaliteit zijn bij ieder mens in meer of mindere mate aanwezig:
  • Het vermogen tot het waarnemen van toonrelaties
  • Het vermogen tot muziek herkennen en herinneren
  • Het gevoel voor muzikale beweging en zijn ordening
  • Het aanvoelen van het muzikale karakter
Muzikaal beleven en begrijpen van muziek staan in relatie met elkaar. Zij zijn afhankelijk van het vermogen om mee te denken met de zich in de compositie openbarende ordening van klanken. Ik gebruik hier het woord "openbarend" omdat muziek zich nooit in zijn geheel aan ons voordoet. Muziek is als het ware een bouwwerk in de tijd. De componist maakt een compositie waarbij de vluchtige tonen tijdens de uitvoering of het beluisteren ervan gaandeweg een zinvol geheel voor ons gaan vormen. De aanwezige ordening van de muziek wordt in onze geest tot stand gebracht. Elke toon bestaat namelijk zolang hij klinkt; in onze geest worden de opeenvolging en ordening van de vluchtige tonen bijeengebracht tot één geheel en gekoppeld aan emoties en schoonheidsbeleving. Dit is een wonderlijke eigenschap die wij bijna allemaal als muzikale mensen bezitten. De eigenschap is onafhankelijk van de muziekstijl of muzieksoort die je beluistert of leuk vindt.

We kunnen een compositie zien als een uiting van de menselijke geest, die tot klinken komt in een toonlichaam met de daarin zich openbarende orde. De compositie heeft een ideële inhoud die gerealiseerd wordt in en door de formele inhoud. Vanuit het gezichtspunt van de luisteraar is deze weg omgekeerd: hij gaat vanuit het formele naar het ideële. Nauwkeurig waarnemen en opvatten van het formele leidt naar beter begrip van het ideële. Dit begrip van het ideële is natuurlijk wel sterk afhankelijk van de eigen geestesdiepte. Levenservaring en kennis maken dat muziek die formeel volledig is opgenomen, de luisteraar zeer verschillend kan aanspreken in verschillende stadia van zijn leven.

Toen ik jong was kende ik de smaak nog niet van het verdriet, maar ik hield ervan op hoge torens te klimmen. Ik was verzot op het beklimmen van hoge torens, waarop ik nieuwe liederen maakte en mijzelf ertoe bracht om uit te weiden over het verdriet.
Nu ik echter de smaak van het verdriet heb geproefd, zou ik er graag over spreken. Maar ik houd mezelf in bedwang en zeg slechts: "Het is nogal kil, doch niettemin: de herfst is mooi".
Xin Qiji (1140 - 1207)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…