Doorgaan naar hoofdcontent

Jacob Obrecht, een boeiende componist (2)

Jan Gossaert 1478 - 1532
De grote bloei van alle kunsten in de Nederlanden van de 15e en 16e eeuw werd mogelijk gemaakt door de grote welstand. Deze welstand verwierf de burgerij door haar breed vertakte handel. Hierbij kwam een uiterst bekwame politieke leiding, welke het gelukte om in de Nederlanden meer dan een eeuw lang een geldverslindende oorlog te vermijden. Dit in tegenstelling tot Frankrijk, waar een “100-jarige” oorlog gestreden moest worden. In verband met het vinden van nieuwe zeeroutes en nieuwe continenten waren steden als Antwerpen en Amsterdam uitgegroeid tot wereldsteden van de eerste orde. Grote handelshuizen uit het buitenland hadden hun vertegenwoordigers in de Nederlanden, hetgeen bijvoorbeeld een verbinding met Italië tot gevolg had. De culturele uitwisseling tussen de Nederlanden en Italië die daaruit voortvloeide, werd voor de ontwikkeling van de kunst van beide landen in de 16e eeuw bepalend.


Met het naar voren treden van ambachtslieden en de eerder genoemde opbloei van de handel kwam er in de Nederlanden een burgerlijke invloed op het kunstgebeuren. Deze invloed doet zich pas laat in de muziek gelden (bijvoorbeeld de bloei van het madrigaal en het chanson). De ambachtelijke geest van de “Nederlandse” kunstenaar bepaalde zonder twijfel de hechte en strenge techniek van de meerstemmige polyfone zettingen. De muziek uit deze periode toont echter aan dat de componisten niet enkel goede ambachtslieden waren, maar ook kunstenaars die opgelegde beperkingen en regels met grote vrijheid vorm wisten te geven.


Dat in de Nederlanden de Gotiek nog volop bloeide terwijl in Italië de Renaissance op haar hoogtepunt was en gedeeltelijk zelfs ten einde liep, hangt zonder twijfel samen met de Bourgondisch-Spaanse overheersing. Steden als Doornik en Kamerijk, bekend als centra van de Nederlandse kerkmuziek, behoorden tot het einde van de 16e eeuw aan de Spanjaarden. Deze lieten hier niet alleen hun militaire, maar ook hun geestelijk-religieuze invloed gelden.

Nicolaus von Kues

Met de opkomst van de gegoede burgerij als invloedrijke macht zien we ook het humanisme ontstaan. De humanisten verzetten zich tegen de laatmiddeleeuwse wereld. Zij zochten een geestelijke en religieuze vernieuwing door nieuwe idealen op te stellen. Men streefde een optimistisch levensgevoel na, dat meer dan tot dan toe in het leven zelf een harmonische vervulling zocht. Het was een geesteshouding die, onder invloed van het Klassieke denken, vóór alles de menselijke waarde en waardigheid in het centrum plaatst. Dit waren de nieuwe uitgangspunten van Erasmus van Rotterdam, Nicolaus Cusanus van Kues en op muzikaal gebied Glareanus met zijn “Dodekachordon” uit 1547.

Er ontstond een nieuwe religieuze houding in de Nederlanden welke zich over heel Europa ten noorden van de Alpen uitbreidde. Zij wortelde in de mystiek van Jan van Ruusbroeck (1294-1381) die een sterke invloed had op het ontstaan van de Moderne Devotie. Uit deze religieuze overtuiging ontstond in de Nederlandse steden een sociale armen- en ziekenzorg, die eeuwenlang als voorbeeld voor geheel Europa heeft gediend.

Glareanus

Het was de beweging van de “Broeders des Gemenen Levens” die in de Nederlandse samenleving een grote rol speelde en daar ook de opvoedingswijze bepaalde. De humanistische idealen waren in de Nederlanden schijnbaar sterk verbonden met deze religieuze beweging. Zij werkten zo sterk door, dat Erasmus zich tegen het theatrale en concertmatige karakter van de kerkmuziek keerde, alsmede tegen het gebruik van wereldlijke danswijsjes in de miscompositie. De muziek der Nederlandse componisten staat in ieder geval in nauwe verbinding met het streven naar de idealen van het humanisme. Glareanus zag in de werken van Jacob Obrecht het nieuwe ideaal van de muziek verwezenlijkt en Obrechts vriendschap met Erasmus is bekend.


Het was de wens van de Nederlandse burgerij geweest om tot een concreet vatbare religieuze beleving te komen. Uit deze wens kan men het gebruik van wereldlijke liefdesliedjes als grondslag van vele miscomposities begrijpen. Men zag evenals in andere kunsten uit die tijd het menselijke eigene, het Goddelijk wonderbaarlijke. Vanuit soortgelijk gezichtspunt is ook het gebruik van wereldlijke liederen als cantus firmus (leidende stem) in de miscompositie te zien.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Speelt mijn linde, zingt de nachtegaal.

Gisteren waren de kinderen met de kleinkinderen op bezoek. Het was mooi weer en het is dan fijn om met zijn allen bijeen te zijn. De kleinkinderen claimen al onze aandacht; de jongsten, Floris en Reinout, omdat ze zo jong zijn en nog verzorging behoeven, Olivia omdat ze als driejarige de wereld aan het verkennen is. Elke leeftijd heeft zijn charme, maar de wereld van een driejarige vind ik wel erg boeiend om als bompa mee te mogen maken.

De taalontwikkeling van de driejarige Olivia gaat met sprongen vooruit. Ze spreekt in hele zinnen, vraagt voortdurend 'Waarom?' en je merkt aan alles dat zo'n kind de wereld aan het ontdekken is. Het kind heeft oog voor zaken waar wij als volwassenen allang blasé aan voorbijgaan. De aanwezigheid van een driejarige in je omgeving maakt dat je zelf de wereld ook weer met andere ogen beziet. De sprookjesachtige wereld van plant en dier, mens en omgeving, openbaren zich in alle luister aan wie er oog voor heeft. Olivia helpt mij de wereld weer …

God bestaat, Hij woont in Brussel.

Gisteravond heb ik een prachtige film bekeken: Le Tout Nouveau Testament, een film van schrijver Thomas Gunzig en cineast Jaco Van Dormael. God bestaat in deze film en Hij bewoont samen met Zijn vrouw en Zijn dochter Ea (verwijzing naar de Evangelische Alliantie?) een bedompt appartement zonder deuren naar de buitenwereld in een hoge flat in Brussel. Deze tirannieke en verknipte persoonlijkheid in zijn badjas terroriseert Zijn gezin en sluit zich op in Zijn geheime werkkamer waar hij op Zijn computer met sadistisch genoegen en uit verveling wetten uitschrijft die de mensheid moeten kwellen met allerlei groot en klein leed. Hij is anders dan Zijn weggelopen zoon J.C., die het volgens Hem te bont heeft gemaakt en naar Gods zeggen maar wat geïmproviseerd heeft. Zijn vrouw laat alles gedwee over zich heen gaan en Zijn dochter Ea komt voor de mensen op; zij hackt Zijn computer, maakt aan alle mensen via SMS hun sterfdatum bekend en loopt weg van huis. Zij daalt via een tunnel in de wasmach…