Doorgaan naar hoofdcontent

Jacob Obrecht, een boeiende componist (3)

In de liturgie is de muziek steeds een wezenlijk bestanddeel geweest. Allereerst voltrok zich in dit kader de ontwikkeling van het Gregoriaans, waarbij de oorspronkelijk voor het volk bedoelde delen van het Ordinarium in aantal ver achter bleven bij de Propriumgezangen.

De vroege meerstemmigheid vond tevens haar oorsprong in gezongen misdelen en ook hier zien we in het begin een voorkeur voor de Propriumgezangen (het liefst Graduale en Alleluia). De Ordinariumdelen, die tijdens de periode van de “Ars Antiqua” voornamelijk eenstemmig gezongen werden, komen pas in de loop van de 14e eeuw in het gezichtsveld van de componisten. Tegelijkertijd treden de Tropen op de achtergrond; die zijn namelijk moeilijker te onthouden dan melodieën met tekst onder elke noot geplaatst.


Bij G. de Machault, met zijn vierstemmige “Messe de Nostre-Dame” (ca. 1364), wordt de totaliteit der Ordinariumdelen voor het eerst met de naam “mis” aangeduid. Pas in de tweede helft van de 15e eeuw zal de compositie van het volledige Ordinarium geheel ingeburgerd raken. Rond 1400 zijn er twee manieren waarop men Ordinariumdelen behandelt: geheel vrij en aan de hand van een Gregoriaanse cantus firmus. De componeertrant waarbij gebruik werd gemaakt van de cantus firmus won geleidelijk aan terrein.

Aan het eind van de 15e eeuw valt op dat er niet meer, zoals bij de Machault, voor ieder misdeel een andere melodie gebruikt werd. Meestal ligt vanaf die tijd meestal één melodie aan alle misdelen ten grondslag. Dat deze cantus firmus in de loop van de 15e en 16e eeuw naast een religieuze ook een wereldlijke melodie kon zijn, werd reeds eerder aangeduid. De cantus firmus krijgt een andere functie dan bij de Machault. De gebruikte melodie dient ervoor om de verschillende delen van de mis tot een muzikale eenheid te maken, die de liturgische samenhang der Ordinariumdelen overkoepelt. Sindsdien is het streven naar een cyclische geslotenheid één van de hoofdproblemen in de miscompositie geworden.

John Dunstable
Dit streven kondigde zich al aan bij de overgang van de 14e naar de 15e eeuw, als men verschillende misdelen voorziet van een gemeenschappelijke cantus firmus. Het idee, de misdelen aan elkaar te relateren door middel van één cantus firmus is waarschijnlijk van Engelse origine. Vooral Engelse componisten als Power en Dunstable, maar ook Franse componisten als Ciconia en de Lantius verrichtten hierbij baanbrekend werk. Hier werden in het begin de Gregoriaanse Ordinariumgezangen gemeden en de Propriumgezangen met zorg uitgekozen. Zo was de gebruikte cantus firmus in principe “vreemd” voor alle misdelen. Er werden zowel isoritmische als “gewone” Tenors gebruikt.

Tot in de 14e eeuw kwam de cantus firmus in principe altijd als basis in de onderste stem voor. Vanaf de 15e eeuw is er sprake van een tendens om de baspartij los te koppelen van de cantus firmus en deze stem gaat zich geleidelijk aan steeds meer in dienst stellen van de harmonische samenhang van de compositie. Het feit dat enerzijds de bas een steeds “harmonischer” rol krijgt toebedeeld en anderzijds de cantus firmus ook minder vaak in de discantus gebruikt werd, leidde er toe dat de cantus firmus naar de middenstem verhuisde. Sinds Dufay is de meest gangbare vorm van de miscompositie de zogenaamde “tenor-mis”. Hierbij wordt de cantus firmus in alle misdelen door de tenor gezongen (of gespeeld) in lange notenwaarden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…