Doorgaan naar hoofdcontent

Liefde in tijden van vervreemding 1

Voorwoord uit een speciale uitgave ter gelegenheid van mijn 40-jarig dirigentschap


We leven in een wereld vol pijn. Wellicht is ons schamen wel het beste dat we kunnen doen. Denk aan Auschwitz. Nagasaki. Armenië. Tibet. Ethiopië. Abu Ghraib. Syrië. Het zijn maar een paar van de ontelbare plaatsen, momenten en situaties waarin mensen zich van elkaar afkeerden – en nog afkeren, telkens weer. Men reduceert de ander eerst in gedachten, en dan in daden, tot vreemde, vijand, onmens. En elke dag leven ook wij in een vervreemde realiteit. We wonen in een verveiligd Europa dat een scherm van succes en schoonheid heeft opgericht, van beschaving en beheersing. Een scherm waarop we ons maar al te graag blind staren. De mens is vervreemd geraakt van zijn naaste, van God, van het levensdrama, van de natuur, van zijn geschiedenis, van de samenleving, en zelfs van zichzelf. De mens is ontheemd en geabstraheerd.

In de kunsten werkt deze toestand natuurlijk onmiddellijk door.In de kunst van de twintigste eeuw is de band tussen de objectieve ontvreemding van de werkelijkheid en de subjectieve vervreemding door het kunstwerk zonder meer expliciet. De twintigste-eeuwse kunstenaar zegt in feite: “Ik zal mijn kunstwerken pas verfraaien wanneer u de wereld hebt verbeterd.” Anders gezegd: hoe kan hij een vriendelijk, idyllisch sfeerbeeld scheppen, wanneer hij weet en dus moet tonen hoe wreed, onrechtvaardig en hypocriet de wereld in elkaar zit?

Tegenwoordig zou het onze taak dus zijn, verontrustende kunst te creëren die beantwoordt aan de verontrustende toestand van mens en wereld. De artistieke techniek van de vervreemding is een hulpmiddel voor het aantonen van de existentiële ontvreemding waaraan wij lijden. Daarom staan de musea nu vol objecten waarbij de vraag naar schoonheid irrelevant is geworden en een gevoel van pijn zich als vanzelf aandient. Probleem is dat veel mensen zich in deze kunst niet meer herkennen en haar niet meer begrijpen.

Maar dan ontmoet je Paul van Gulick. Een componist die losgekomen is van het idee dat je je als kunstenaar alleen bewijst door je aan te sluiten bij de vervreemdingsavantgarde, en die muziek is gaan maken vanuit een innerlijk, natuurlijk verlangen. Hij schrijft aangrijpende melodieën voor strijkers, dramatische blazerspartijen, en daarboven klinkt de menselijke stem. De stem die naar het licht leidt.

Voor de luisteraar lijkt het alsof Paul van Gulick vanuit het niets creëert. Waar haalt hij die werelden van klank vandaan? Niet uit die wereld van pijn... Paul wordt al zijn hele leven voortgestuwd door een intense gevoeligheid voor de magie van klanken. Hij is geraakt door de traditie, door de muziek die al eeuwenlang door mensen wordt bedacht. In zijn studietijd maakte hij kennis met muziek van componisten van de Middeleeuwen tot en met Romantiek en twintigste eeuw. Paul is nog altijd verwonderd over hoe mensen zich in klank kunnen uitdrukken.

(Annemarie Estor, Kitty van Buul)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Speelt mijn linde, zingt de nachtegaal.

Gisteren waren de kinderen met de kleinkinderen op bezoek. Het was mooi weer en het is dan fijn om met zijn allen bijeen te zijn. De kleinkinderen claimen al onze aandacht; de jongsten, Floris en Reinout, omdat ze zo jong zijn en nog verzorging behoeven, Olivia omdat ze als driejarige de wereld aan het verkennen is. Elke leeftijd heeft zijn charme, maar de wereld van een driejarige vind ik wel erg boeiend om als bompa mee te mogen maken.

De taalontwikkeling van de driejarige Olivia gaat met sprongen vooruit. Ze spreekt in hele zinnen, vraagt voortdurend 'Waarom?' en je merkt aan alles dat zo'n kind de wereld aan het ontdekken is. Het kind heeft oog voor zaken waar wij als volwassenen allang blasé aan voorbijgaan. De aanwezigheid van een driejarige in je omgeving maakt dat je zelf de wereld ook weer met andere ogen beziet. De sprookjesachtige wereld van plant en dier, mens en omgeving, openbaren zich in alle luister aan wie er oog voor heeft. Olivia helpt mij de wereld weer …

God bestaat, Hij woont in Brussel.

Gisteravond heb ik een prachtige film bekeken: Le Tout Nouveau Testament, een film van schrijver Thomas Gunzig en cineast Jaco Van Dormael. God bestaat in deze film en Hij bewoont samen met Zijn vrouw en Zijn dochter Ea (verwijzing naar de Evangelische Alliantie?) een bedompt appartement zonder deuren naar de buitenwereld in een hoge flat in Brussel. Deze tirannieke en verknipte persoonlijkheid in zijn badjas terroriseert Zijn gezin en sluit zich op in Zijn geheime werkkamer waar hij op Zijn computer met sadistisch genoegen en uit verveling wetten uitschrijft die de mensheid moeten kwellen met allerlei groot en klein leed. Hij is anders dan Zijn weggelopen zoon J.C., die het volgens Hem te bont heeft gemaakt en naar Gods zeggen maar wat geïmproviseerd heeft. Zijn vrouw laat alles gedwee over zich heen gaan en Zijn dochter Ea komt voor de mensen op; zij hackt Zijn computer, maakt aan alle mensen via SMS hun sterfdatum bekend en loopt weg van huis. Zij daalt via een tunnel in de wasmach…