Doorgaan naar hoofdcontent

Hoezo "middel-eeuwen"?

De middeleeuwen hebben altijd al mijn belangstelling gehad. Van het moment dat ik op TV Roger Moore als Ivanhoe bewonderde, was mijn belangstelling voor oude kerken, kloosters en vooral oude kastelen groot. Ik had een Ivanhoe-pak en gewapend met een plastic zwaard, schild en helm speelde ik, als veel jongetjes in die jaren, afleveringen van die populaire serie na. Geen kleuren Tv, maar 'gewoon' zwart-wit; geen breedbeeld, maar een klein kastje van Philips met rudimentaire beeldbuistechniek. Het deerde ons niet, wij leefden ons in en fantaseerden er lustig op los.

Vanuit die Romantische invalshoek bekeek ik de middeleeuwen en onze bezoeken aan de St. Jan in Den Bosch bevestigden de zwart-wit voorstelling die ik van die periode had. Ik weet me nog levendig de discussies te herinneren toen de St. Jan van binnen wit werd geschilderd. Volgens velen was dat in strijd met hoe de donkere middeleeuwen écht waren. Gefascineerd door de middeleeuwen verdiepte ik mij in literatuur en kunst uit die tijd. Ik huiverde als ik las over heksen en kastelen met folterkamers, veerde op bij avontuurlijke ridderverhalen met toernooien en droomde weg bij het streven van de alchemisten om goud te maken. Het feit dat oom Willy en oom François (broers van mijn moeder) kloosterlingen waren, verhevigde mijn nieuwsgierigheid naar de periode dat kloosters werden opgericht.

Toen ik Herfsttij der middeleeuwen van Johan Huizinga, De kathedralenbouwers van Georges Duby en De woekeraar en de hel van Jacques Le Goff voor het eerst las, werd mijn beeld over de middeleeuwen bijgesteld. Decamerone van Giovanni Boccaccio, Moord in Toscane van Helene Nolthenius, De naam van de Roos van Umberto Ecco en De harp van Sint Franciscus van Felix Timmermans zou ik in één adem uitlezen en hadden dezelfde verhelderende uitwerking op mij. Later zouden boekjes als Mijn middeleeuwen van Willem Wilmink en Kleuren van de middeleeuwen van Herman Pleij ook een gevoelige snaar bij mij raken. Ik kan iedereen deze boeken van harte aanbevelen om zich daarmee een beeld te vormen van deze kleurrijke periode in de West-Europese geschiedenis.

Gaandeweg realiseerde ik me dat de periode van 500 tot 1500 net zo lang heeft geduurd als de periode van 956 tot 1956. Omdat de humanisten in de Renaissance deze periode als tussenperiode beschouwden, die begon bij de val van het Romeinse Rijk en opgevolgd door de tijd waarin zij zelf leefden, werd het beeld van de middel-eeuwen voor lange tijd daarna ingekleurd. Ik ben nog lang niet uitgekeken op deze bonte, zeer boeiende en kleurrijke tijd.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…