Doorgaan naar hoofdcontent

L'Homme machine

Op 8 november beleef ik de première van mijn Horses, A Gift To Mankind. Aanleiding tot het schrijven van die compositie was het feit dat Romsey Remount Depôt 100 jaar geleden in gebruik was genomen omdat de Eerste Wereldoorlog in alle hevigheid was losgebarsten. Ik heb altijd al een interesse gehad voor geschiedenis en voor de oorlogen die daar onloskoppelbaar aan verbonden zijn. Toch heb ik er voor gekozen om een ode aan het paard te schrijven en geen herdenkingscompositie die ons alleen maar herinnert aan deze vreselijke gebeurtenis in het begin van de 20ste eeuw.


Juist dit jaar komen vele (veelal schitterend geïllustreerde) boeken uit rond het thema van de Eerste Wereldoorlog. Een bijzonder boek zou ik in deze blog onder de aandacht willen brengen: Alleen de wolken van Philipp Blom, uitgegeven bij Bezige Bij. Hij beschrijft hierin juist niet de oorlog, maar het interbellum, de periode van 1918-1938. Blom doet dat op een wijze die recht doet aan de complexiteit van wat ook wel met de Tweede Dertigjarige Oorlog wordt aangeduid, het tijdvlak tussen 1914 en 1945. "Een wereld die een collectieve ervaring had doorstaan die op het eerste oog alles leek te hebben veranderd, maar nog steeds gonsde en trilde van de stromingen en de energie die in het eerste decennium van de eeuw tot leven waren gewekt en tot op de dag van vandaag mede vormgeven aan ons leven." (Blom). De relatie tussen mens en machine is een thema dat regelmatig opduikt in het boek. Als omslagillustratie heeft hij dan ook gekozen voor een foto uit 1920 van Lewis W. Hine, Powerhouse Mechanic Working a Steam Pump.


Ik moest bij het lezen denken aan een uitvoering die ik vorig jaar in Siberië (Krasnoyarsk) gaf, ter gelegenheid van het zangersjubileum van Operadiva Vera Baranova. Ik voerde daar met de geweldige coloratuursopraan Christina Alieva de bekende aria van Olympia uit van Jacques Offenbach's Les Contes d'Hoffmann. Onderwerp is de mechanische pop die af en toe mankementen vertoont. Het gebruik van een mechanische pop, waar je zelfs verliefd op kunt worden en die menselijke trekken heeft, is duidelijk een reactie op het gedachtegoed van de Franse arts en filosoof Julien Offray de La Mettrie (1709-1751). Deze Bretonse verlichtingsfilosoof maakte in 1744 als regimentsarts de belegering van Freiburg mee. Hij werd ziek en kreeg koortsaanvallen met bijbehorende hallucinaties. Deze ervaring gaf hem het inzicht dat zijn geestelijke gesteldheid een lichamelijke oorzaak had.

In 1747 schreef de La Mettrie zijn L'Homme machine waarin hij stelt dat mensen niet wezenlijk van machines verschillen en dat al ons denken en voelen tot eigenschappen van de materie zijn te herleiden. Daarom vond deze leerling van Boerhaave dat de studie van de geest eerder een onderwerp was voor medici dan voor theologen. De La Mettrie vond dat hierbij alleen waarneming en observatie ons mochten leiden. Het was een logische gedachte in een tijd dat techniek een steeds belangrijkere rol ging spelen.

Er werd veel gereageerd op zijn denkbeelden. Denk aan Frankenstein, de roman uit 1818 van Mary Schelley, die later in 1910 verfilmd werd. Hans Christian Andersen schreef in 1843 zijn kritische sprookje Chinese Nachtegaal, Offenbach componeerde in 1881 zijn Contes d'Hoffmann, Fritz Lang maakte in 1927 zijn film Metropolis en Charlie Chaplin in 1936 zijn film Modern Times. De lijst is gemakkelijk langer te maken.

De probleemstelling van de gecompliceerde relatie tussen mens en machine/techniek spreekt kennelijk tot de verbeelding. Het is dan ook een bijzondere verhouding. Nooit tevoren is de technologische ontwikkeling zo snel gegaan als in de voorbije eeuw. Blom schrijft daarover in zijn boek. En het einde is nog niet in zicht. Ik ben benieuwd waar dit toe leiden zal en of ik nog zal meemaken dat we een gezonde balans zullen vinden.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…