Doorgaan naar hoofdcontent

Mijn roeping

Toen ik Theorie der Muziek Akte B studeerde bij Jan van Dijk aan het Brabants Conservatorium te Tilburg, hield hij ons voor ogen om vooral ook een vaste, betaalde baan te zoeken voor ongeveer 60% van de tijd. De overige tijd zou je dan zonder zorgen kunnen besteden aan zaken als het functioneren als uitvoerend kunstenaar en/of als componist. Als beginnend en enthousiaste adolescent klonk dit advies me vreemd in de oren, zeker uit de mond van een componist, maar ik ben hem nog dankbaar voor het advies. Ik ben op dit moment in mijn leven niet geheel afhankelijk van een inkomen uit musiceren en muziekschrijven. Daardoor, en door de hulp van Kitty,die ook een parttimebaan heeft bij Avans Hogescholen, is het geen ramp als ik iets componeer of uitvoer en ik er niet voor wordt uitbetaald. Dat is een luxe-positie die ik niet graag zou missen.

Pas na de Tweede Wereldoorlog werden opleidingen als Conservatorium toegankelijk voor studenten van mijn komaf. Vóór die tijd waren het vooral wat rijkere mensen uit de betere milieus, of excentrieke en vrije geesten (Bohemiens) die het zich konden permitteren om een kunstopleiding te volgen of om gewoon hun gang te gaan. De mensen uit 'lagere' sociale klassen moesten werken voor de kost. Kunst was iets extra's, daar kwam je pas aan toe als aan primaire levensbehoeften was voldaan. En dat viel in die tijd tussen twee wereldoorlogen niet mee, dat was niet voor iedereen weggelegd.

Mijn oudere leraren hadden dan ook allemaal was voornaams over zich en kwamen uit een 'hogere' sociale laag van de bevolking. Mijn ooms van mijn vaders kant waren muzikanten die thuis met succes les gaven, naar hun leerlingen gingen om daar les te geven en op bruiloften en partijen speelden. Oom Adrie (Janus) van Gulick dirigeerde ook accordeonorkesten in Eindhoven en omstreken en heeft zich sterk gemaakt voor de introductie van het accordeon binnen het conservatorium. Hij is helaas veel te jong overleden na een tragisch motorongeval. Dat ik uiteindelijk naar het conservatorium kon gaan, was voor mijn familie uitzonderlijk.


Eindhovense Muziekschool

Ik kreeg als kind eerst 2 jaar AMV-lessen in een lagere school op het Ireneplein te Eindhoven. Dat bestond uit het aanleren van theoretische basiskennis, zonder dat daar een instrument bij kwam kijken. De uitval van leerlingen was vanwege het 'droge' karakter van de lesstof enorm, maar daar maakte niemand zich druk om. Ik zong in wat kerk- en kinderkoren en was goed in muziek. Ik kreeg het advies om piano te leren spelen van de directeur van de Eindhovense Muziekschool, de heer Gruythuizen. Zo gezegd, zo gedaan; in Mierlo kochten mijn vader en ik onze eerste piano, die nu nog (onbruikbaar) bij mijn moeder thuis staat. Na een tijdlang pianoles bij Gruythuizen in de Parklaan 83 te hebben gevolgd, kreeg ik les van jufrouw Vennix op verschillende locaties in Eindhoven. Alleen al de elitaire uitstraling van de muziekschool in de Parklaan gaf aan dat Klassieke Muziek met hoofdletters geschreven moest worden. Ik was geïmponeerd door de chique entourage; niet hard studeren was geen optie. Ik behoorde tot de bevoorrechte generatie uit mijn familie, dat werd me thuis wel ingepeperd.

Ik ging naar het Brabants Conservatorium in Tilburg omdat ik intrinsiek gemotiveerd was. Mijn ouders waren het er niet zo mee eens, maar ja, als ik iets in mijn hoofd heb... Aanvankelijk heb ik een toelatingsexamen piano gedaan, met de extra optie om Schoolmuziek te gaan studeren, als ik onverhoopt afgewezen zou worden. Ik werd toegelaten, maar op advies van Jan van Dijk ben ik toch Schoolmuziek gaan doen, omdat daar meer brood in te verdienen was. Ik speel een aardige noot piano, maar een solocarrière als pianist behoorde realistisch gesproken niet tot de mogelijkheden. Na drie jaar ben ik begonnen met de hoofdvakken Theorie der Muziek en Koordirectie en kan ik na diverse omzwervingen nu al terugkijken op een vruchtbaar en creatief bestaan als musicus. Ik heb het gevoel dat ik mijn roeping niet heb gemist; muziekmaken is een belangrijk doel in mijn leven. Ik voel me er gelukkig bij.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…