Doorgaan naar hoofdcontent

Voor nu en altijd.

Gisteravond zag ik voor dat ik naar bed ging de documentaire Je gaat dood zoals je geleefd hebt die uitgezonden werd door Kruispunt TV. Ik vond het een mooie documentaire die vragen bij mij losmaakte. De indringendste vraag die in mij naar boven kwam, was de vraag waar de emotie van het afscheid eigenlijk vandaan komt. Bij een afscheid komen hevige emoties los en wordt menig traan gegoten. Wat is het toch, dat we tranen plengen en dat we klaarblijkelijk rituelen nodig hebben bij dat afscheid? We weten dat zingeving een lastig vraagstuk is, we hebben er zelfs godsdiensten voor in het leven geroepen. Is de emotie die vrijkomt bij het loslaten wellicht ingegeven door ons onvermogen om de zin van het leven te (kunnen) begrijpen? Of is het te verklaren uit een vorm van zelfmedelijden?

Alle ervaringen en kennis die je tijdens je leven opdoet, hebben betekenis voor je en we kunnen, in een beperkte mate, die kennis en ervaringen doorgeven aan komende generaties. Maar het ware geheim van het leven achterhalen wij nooit, alle wetenschap en theologisch onderzoek ten spijt. Sommigen zien daarom in het geloof een middel om zin te geven aan het leven. Ik zie rondom mij heen mensen die uit het geloof kracht kunnen putten, maar dat geluk is mij niet gegeven. Een hiernamaals is voor mij moeilijk te geloven net zo min als dat ik geloof in een alwetende God. Ik kan er ook niet bij dat er maar één geloof is dat het bij het juiste eind heeft. Als ik er over lees of spreek, dan zie ik in alle geloofsovertuigingen wel elementen die mij aanspreken en verstandig voorkomen.

Soms lijkt het mij ook heerlijk om een geloof te hebben. Bij de begrafenisplechtigheid van Koningin Fabiola van België zei de dienstdoende bisschop dat zij na 21 jaar haar geliefde Boudewijn weer zou zien. Dit is wat mij in mijn jeugd is voorgehouden: als je goed gelovig bent, kom je in de hemel en word je verenigd met je geliefden. Ik kon daar nooit wat mee, maar het gaf Fabiola klaarblijkelijk troost. Dat je wordt opgenomen in het groter geheel vind ik een mooie gedachte en reïncarnatie vind ik vanuit dat oogpunt te begrijpen. Ook het feit dat iemand voortleeft in de gedachten van anderen spreekt mij aan. Mensen zeggen er verstandige dingen over en we kunnen elkaar zelfs troosten op wezenlijke momenten. Echter, zonder fatalistisch te worden, kun je jezelf afvragen wat het er allemaal toe doet.

Op National Geographic zag ik een jachtpartij door wolven in beeld gebracht. De herten waarop gejaagd werd, renden hard weg. Één van hen werd door de wolven geïsoleerd van de groep, uiteindelijk gedood en smakelijk opgegeten. De roedel herten stopte met vluchten, keken even toe, draaiden zich om en gingen verder met hun dagelijkse bezigheden. De emotie die dat beeld opriep, werd vooral versterkt door de cameravoering, de muziek die erbij was geplaatst en ons eigen (menselijke) gevoel over het verlies van een geliefde. De herten accepteerden de nieuwe situatie echter snel, ze kunnen ook moeilijk anders. Zo is de gang van het leven; je wordt geboren en je gaat dood. De leeftijd die je bereikt maakt hierbij op de schaal van de eeuwigheid eigenlijk niet veel uit, net zo min als de hoeveelheid kennis of de levenservaring die je opdoet. Bij mensen is dat volgens mij niet wezenlijk anders dan bij dieren.

Uiteraard probeer ik inhoud te geven aan mijn leven en probeer ik anderen daarbij geen kwaad aan te doen. De normen en waarden die ik daarbij hanteer zijn ingegeven door culturele factoren van mijn leefomgeving. Het verleden bepaalt het heden en het heden de toekomst; voor mij een reden om het heden centraal te stellen. Natuurlijk maak ik wel toekomstplannen en blik ik bij tijd en wijlen terug op het verleden. Het "nu" is voor mij datgene waar het om gaat en het magische is dat op het moment dat we het "nu" ervaren, het meteen al weer voorbij is. De zin van het leven ligt voor mij besloten in het heden en daar kan ik op dit moment mee leven.




Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…