Doorgaan naar hoofdcontent

Tijden van veranderingen

In tijden van grote veranderingen zoeken mensen naar antwoorden op de vele vragen die deze veranderingen per definitie oproepen. Veel mensen in onze moderne Westerse maatschappij zoeken de oplossing in het vasthouden van hun vermeende zekerheden. Ze willen krampachtig alle verworvenheden conserveren waar ze recht op denken te hebben. Dat verandering bij het leven hoort, iets waar de Chinezen bijna 4000 jaar geleden al filosofisch over nadachten, wordt in onze maatschappij slechts mondjesmaat geaccepteerd. Zo klagen 50-plussers steen en been over het onrecht wat hen wordt aangedaan en zien grote groepen mensen in de globalisering met alle kansen die dit met zich meebrengt, alleen maar de bedreigingen. Consolideren van wat is lijkt het credo te zijn en de krampachtigheid waarmee dat gebeurt, brengt veel spanningen met zich mee. Misschien is het niet zo gek om juist in deze tijden te rade te gaan bij culturen waar verandering vanouds als grondslag voor leven wordt gezien.

In China ontstond zo'n 2250 jaar voor het begin van onze jaartelling een handboek voor waarzeggerij dat wij kennen onder de naam I Ching, het boek van de veranderingen. Nadat Confusius (551 tot 479 voor onze jaartelling) en zijn discipelen er commentaren bij hadden geschreven, werd het bekend als een werk vol oude wijsheid. Rond dezelfde tijd schreef de Griekse filosoof Heraclitus (540 tot 480 voor onze jaartelling) over Panta Rhei, hetgeen zoveel betekent als Alles stroomt. Hiermee wordt verwezen naar de gedachte dat alles in deze wereld steeds in verandering is; je kunt niet tweemaal in dezelfde rivier stappen, want het is steeds weer vers water dat je tegemoet stroomt.

De houding van de Chinezen ten opzichte van de I Ching is te vergelijken met die van de christenen ten opzichte van de bijbel. I Ching is geschreven door de vier meest gerespecteerde wijze mannen uit de Chinese geschiedenis: Fu Xi, Koning Wen, de hertog van Zhou en Confusius. De Chinezen noemen de tekst van Confusius de Tien Vleugels. Ze geloven dat de I Ching deze Tien Vleugels nodig heeft om te kunnen vliegen. De I Ching verklaart niet alleen het heden, maar geeft ook aan welke mogelijkheden er in de toekomst zullen zijn. Het geeft daarbij advies over wat men moet doen en laten om voorspoed te bewerkstelligen en tegenslag te vermijden. De vrije wil blijft hierbij een belangrijke rol spelen.

Volgens de I Ching hebben ieder land en ieder mens hun bestemming, maar heeft iedereen ook de vrijheid zijn eigen weg te kiezen. Het advies dat de I Ching geeft, is gebaseerd op alomvattende waarnemingen van de natuurwetten door de oude wijzen en hun ervaringen met het principe van oorzaak en gevolg. Achter het boek gaat de hele antieke Chinese kosmologie schuil, waarin hemel en mensheid in een eenheid samenkomen. I Ching heeft een hechte structuur en een zeer exacte woordkeus. Het aantal Chinese karakters was in de tijd waarin het is geschreven nog beperkt; één karakter kon meerdere betekenissen hebben die totaal verschillend waren. Ook hadden veel verschillende karakters dezelfde uitspraak en werden ze door elkaar gebruikt om een en dezelfde betekenis te geven. Bovendien kende het oude geschreven Chinees geen punctuatie. Afhankelijk van de wijze waarop je zinsdelen of zinnen puncteert, ontstaan verschillende betekenissen. Hierdoor leent I Ching zich voor veel interpretaties.

In 2006 heb ik het boek "De oorspronkelijke I Ching" in een nieuwe vertaling van de Taoïstische meester Alfred Huang gekocht. (2006 Uitgeverij Altamira-Becht BV, Haarlem. ISBN-10 90 6963 480 5, NUR 722). Alfred Huang spreekt met groot gezag en kennis van zaken. In begrijpelijke taal over de Tao van I, de weg van de verandering. Deze Tao van I is de essentie van I Ching: wanneer een situatie extreem wordt, roept hij een tegengestelde situatie in het leven. Het proces van voortdurende verandering, die stijgt en daalt in een gestage evolutionaire vooruitgang. Dit betekent dat we ons zouden moeten voorbereiden op noodzakelijke veranderingen en ze moeten accepteren. Tevens is het een waarschuwing dat we onze inspanningen zouden moeten aanpassen aan de veranderingen in de tijd. Zonder zich te verliezen in vaagheden geeft hij achtergronden en commentaren bij de I Ching. Ik kan iedereen dit boek aanraden, omdat deze wijsheid ons misschien zou kunnen helpen om keuzes te maken en om de toekomst vol vertrouwen tegemoet te treden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…