Doorgaan naar hoofdcontent

Gelukszoekers?

"Ik raakte mijn (...) pas (...) kwijt en moest aan de (...) autoriteiten (...) een statenlozepas vragen. Vaak had ik mij in mijn kosmopolitische dromerij heimelijk voorgesteld hoe heerlijk het zou zijn, en hoe passend bij mijn overtuigingen, statenloos te zijn, aan geen enkel land verplicht en daardoor overal zonder onderscheid thuis. (...) Op mijn (...) pas had ik recht gehad. (...) Maar om het (...) vreemdelingenpapier dat ik kreeg, moest ik vragen. Het was een gevraagde gunst, en bovendien een gunst die mij elk ogenblik weer ontnomen kon worden. (...) Men koesterde in alle landen wantrouwen tegenover de 'soort' mens waar ik plotseling bij hoorde, tegenover de rechteloze, de vaderlandloze, die men in geval van nood niet de deur uit kon zetten en terugsturen naar zijn land van herkomst als hij lastig werd en te lang bleef, zoals dat met anderen kon.

Vroeger had een mens alleen een lichaam en een ziel. Nu heeft hij ook nog een pas nodig, anders wordt hij niet als een mens behandeld. (...) Voor 1914 was de aarde van alle mensen geweest. Iedereen ging waar hij wilde. Er bestonden geen verblijfsvergunningen, geen reispapieren, en ik geniet steeds weer van de verbazing van jonge mensen als ik hun vertel dat ik voor 1914 naar India en Amerika reisde zonder een pas te bezitten of er zelfs ooit maar één gezien te hebben. Je stapte in en je stapte uit, zonder iets te vragen of vragen te beantwoorden, van de honderd formulieren van tegenwoordig hoefde je er niet één in te vullen.

Pas na de Eerste Wereldoorlog (...) bracht (...) deze eeuw de xenofobie voort, de vreemdelingenhaat of in elk geval de angst voor vreemdelingen. Overal ging men zich verdedigen tegen de buitenlander, overal werd hij buitengesloten. Al de vernederingen die vroeger alleen voor misdadigers waren uitgevonden, werden nu voor en tijdens het reizen opgelegd aan de reiziger. Je moest je van links en rechts laten fotograferen, en profil en en face, je haar zo kort geknipt dat ze je oren konden zien, je moest vingerafdrukken laten maken (...) gezondheidsverklaringen, inentingsbewijzen (...) en als er aan dat pak formulieren één ontbrak, was je verloren.

En daar stonden ze dan aan de grenzen, ze bedelden bij de consulaten en bijna altijd vergeefs, want welk land wilde berooide bedelaars? (...) Je gaat naar een plek waar ze je nog toelaten. (...) Mijn hart stond stil; een oude, uitgeputte man met kinderen en kleinkinderen, die siddert van hoop dat hij misschien naar een land mag dat hij eerder nooit op de kaart heeft gezien, alleen om daar zijn weg verder te bedelen en verder een vreemd en doelloos leven te leiden."

Stefan Zweig, uit "De wereld van gisteren", privé-domein nr. 168, in een vertaling van Willem van Toorn (blz 393-409)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…