Doorgaan naar hoofdcontent

Tilburg, Maandag 4 mei 2015

Het is vandaag dodenherdenking. Ik heb tranen in mijn ogen; woorden schieten mij tekort bij het zien van een documentaire over Ben-Ali-Libi die ik zojuist zag op NPO 2. Het zijn niet alleen de getuigenissen van de overlevenden van Sobibór of het gedicht van Willem Wilmink. Het is niet enkel de reactie van de overlevende in de documentaire die zichtbaar aangedaan het gedicht voordraagt en het zijn zeker niet alleen de herinneringen aan teksten, foto's of video's over de Eerste of Tweede Wereldoorlog die mij nu ineens emotioneel raken. De herinneringen aan de verhalen over onderduiken van mijn vader of van familieleden, die nu in mij naar boven komen, zijn ook niet de enige aanleiding. Ik heb geen tranen in mijn ogen omdat ik de verhalen nu voor het eerst hoor of omdat ik me op dit moment ineens realiseer waartoe mensen in staat zijn. Het is vooral een gevoel van een levenslange machteloosheid dat tranen in mij naar boven roept; het besef dat dit soort verschrikkingen van alle tijden is en waarschijnlijk bij de mensheid hoort. Dat we, hoezeer we dat ook willen of nastreven, niet in staat blijken te zijn om wereldwijd met elkaar in vrede te leven.

Zelf ben ik opgegroeid in vredestijd, althans, ik heb zelf alleen oorlogen meegemaakt vanuit de zijlijn: Vietnam, de Koude Oorlog, zesdaagse oorlog of Dessert Storm zijn door mij met afschuw gevolgd en beleefd. De sfeer was altijd grimmig in het ouderlijk huis als er over oorlog werd gesproken. Mijn vader, Wouth van Gulick, was 18 jaar toen de oorlog uitbrak en heeft ondergedoken gezeten omdat jongens van zijn leeftijd opgepakt werden om in Duitsland te werk gesteld te worden. Ome Jan van Gulick en nonkel Harry Aarts zijn zo in Duitsland terecht gekomen en hebben daar vreselijke zaken meegemaakt. In 1967 dacht ik dat er opnieuw een wereldoorlog zou uitbreken en als 11-jarige jongen heb ik huilend op mijn bed gelegen omdat er op de radio verslag werd gedaan van de zesdaagse oorlog. Ik heb mezelf toen plechtig beloofd dat ik als pacifist door het leven zou gaan. Nooit heb ik gevochten in een leger en ik heb zelfs niet gediend in een tijd dat dienstplicht nog gewoon was. Het was geen heldhaftig weigeren van mijn kant; uiteindelijk ben ik afgekeurd na diverse herkeuringen. Nog steeds kan ik niet warm lopen voor welke oorlog dan ook. Geen enkel motief of ideaal kan in mijn ogen zoveel verdriet of ellende ooit rechtvaardigen.

Stefan Zweig schrijft in 'De wereld van gisteren' dat in de aanloop tot de Eerste Wereldoorlog techniek en wetenschap voor het eerst tot een Europees gemeenschapsgevoel leidde, een Europees bewustzijn. "Wat zinloos, zeiden wij tegen onszelf, die grenzen waar ieder vliegtuig zomaar overheen vliegt, wat provinciaals en kunstmatig, die slagbomen en douaniers aan de grenzen, wat een tegenspraak met de geest van onze tijd, die zo duidelijk streeft naar contact en wereldbroederschap!" Hij beschrijft het oorlogsgeweld als "een golf die zich over de mensheid heen stortte dat ze door het oppervlak schuimend in beweging te zetten de donkere, onbewuste oerdriften van het dier mens naar boven sleurde - dat wat Freud met groot inzicht 'die Unlust an der Kultur' noemde".

Techniek en wetenschap zouden nu anno 2015, meer dan rond 1900, in staat moeten worden geacht om veel ellende in de wereld het hoofd te bieden. Grenzen zijn nu in dat opzicht kunstmatiger dan ooit tevoren en tegelijkertijd zijn er alom geluiden te horen om die kunstmatig opgeworpen grenzen te sluiten en weer terug te gaan in de tijd. Europa, vóór de Eerste Wereldoorlog als stip aan de horizon zichtbaar, is een feit. Datzelfde Europa wordt door nationalistische sentimenten en egoïsme bedreigd en de oorlogsdreiging is er bepaald niet minder geworden. De koude oorlog wordt weer nieuw leven ingeblazen, IS ontwricht op dit moment het Midden Oosten, in Afrika en Azië is het oorlog en genocide is een woord dat regelmatig opduikt. Ook nu discussiëren velen over vluchtelingen, economische 'gelukszoekers' en oorlog en hebben ze vaak een uitgesproken mening over die mensen en gebeurtenissen, al hebben ze waarschijnlijk nooit een vluchteling gesproken of zelf een oorlog meegemaakt.

Mijn tranen zijn bij het schrijven van deze blog opgedroogd. Niet omdat ik minder ben aangedaan door allerlei gedachten die in mij opkwamen, maar je kunt nu eenmaal niet met betraande ogen door het leven. Ik blijf mijn best doen in mijn eigen omgeving, maar heb geen illusie dat het ooit anders zal worden. Af en toe zal ik machteloos nog wel eens een traantje plengen; het is niet anders.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…