Doorgaan naar hoofdcontent

Warmbloedig in een versteende stad

Soms koop ik een boek op de titel en blijkt het een verrassende aankoop te zijn die mijn fantasie en onderzoekingsdrift prikkelt. "Op de muren van Pompeji" (1993, Uitgeverij AMBO bv. Baarn ISBN 90 263 1286 5) van Philippe Moreau uit het Latijn vertaald door Ivo Gay is zo'n boekje.

In de inleiding schrijft Philippe Moreau dat hij geen ander doel heeft dan de lezer te vermaken. Dat doet het boekje zeker, maar aan de andere kant geeft het ons inzicht in het dagelijkse leven van alledag in Pompeji, of beter Colonia Cornelia Veneria Pompeianorum. In 80 voor onze jaartelling vestigde de dictator Lucius Cornelius er de veteranen van zijn legers en verbond zijn naam met die van de lievelingsgodin van de inwoners: Venus.

Inscripties in marmer waren bedoeld voor de eeuwigheid en zijn derhalve stereotiep naar vorm en inhoud, of het nu grafschriften of andere teksten betreft. Meestal zijn die inscripties conventioneel of stijf en hoogdravend en gaan zij over namen en activiteiten van magistraten of vooraanstaande burgers. De in dit boekje vermelde opschriften zijn te vergelijken met de graffiti uit onze tijd. In Pompeji zijn opschriften bewaard gebleven die op kalk zijn geschilderd of met een scherp voorwerp in de bepleistering van de muren werden aangebracht. Zijn waren niet voor de eeuwigheid bedoeld maar gaven uiting aan dagelijkse bezigheden, voorkeuren en hartstochten van de gewone man in Pompeji, voordat ze bedolven werden onder de as van de Vesuvius.

Naast de traditionele opschriften op steen zijn de muren van de stad overdekt met secuur aangebrachte opschriften in zwarte of rode verf en met graffiti die in een meer gehaaste techniek zijn opgetekend. Bij de eerste gaat het om programma's van gladiatorengevechten of verkeizingsopschriften die oproepen om op een kandidaat te stemmen. De graffiti is ongedwongener en in zijn directheid en onbetamelijkheid blijkt dat mensen sinds die tijd weinig veranderd zijn. Alleen de meest ontwikkelde Pompejanen konden overigens deze lettertekens lezen. De minder onderlegden waren slechts in staat de regelmatige kapitalen op steen te ontcijferen.

Het door de Berlijnse Academie uitgegeven Corpus inscriptionum Latinarum (C.I.L.) vormt de basis voor de bloemlezing in het boekje. Er gaat in ieder geval een hevige warmbloedigheid schuil in de versteende stad, zoals mag blijken uit de volgende uiteenlopende inscripties.

Suspirium puellarum Celadus thraex
Celadus de Thraciër laat de meisjes zuchten
(C.I.L. IV, 4397)

Cumis gladiatorum paria XX et eorum suppositicii pugnabunt Kalendis Octobris, III, pridie Nonas Octobres. Cruciarii, venatio et vela erunt. Cuniculus scriptor Lucceio salutem.
Twintig paar gladiatoren en hun plaatsvervangers zullen te Cumae vechten op de kalenden van oktober en twee dagen en één dag voor de nonen van oktober. Er zullen kruisigingen, een jachtpartij en een zonnescherm zijn. Cuniculus die dit schreef, groet Luccecius
(C.I.L. IV, 9983)

Hic ego cum veni, futui, deinde redei domi
Toen ik hier was aangekomen, heb ik geneukt; daarna ben ik naar huis gegaan
(C.I.L. IV, 2246)

Neroni feliciter
Leve Nero!
(C.I.L. IV, 4814)

Virgula Tertio suo: indecens es
Virgula aan haar Tertius: je bent een geil kereltje
(C.I.L. IV, 1881)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Het bijzondere van het gewone

'Es gibt keine Wirklichkeit, als die, die wir in uns haben' (Hermann Hesse, Demian)
Doordat Olivia steeds beter gaat praten en ook verbanden gaat leggen en benoemen, wordt mijn fantasie op aangename wijze gestimuleerd. Niet in de betekenis dat ik wegdroom of er zomaar op los fantaseer. Nee, ik realiseer me, door haar opmerkingen, dat de werkelijkheid meer dimensies heeft dan ik met mijn sjabloondenken meen waar te nemen.

Door mijn (levens)ervaring duid ik alles aan de hand van hetgeen ik eerder heb waargenomen en denk te kennen. Ik leg als het ware een sjabloon op de werkelijkheid van mijn omgeving. Ik herken de algemene vorm, beoordeel het razendsnel als een exemplaar van de soort en ga in veel gevallen voorbij aan het specifiek eigene van wat ik zie. Dat is goed te begrijpen en ik houd mezelf voor dat dit heel normaal is. Je hoofd zou overlopen als je alles als uniek zou gaan zien. Daarom volsta ik met een globalere aanduiding van wat ik (her)ken: boom, man, struik, insect... I…