Doorgaan naar hoofdcontent

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendheid en van een maatschappelijk breedgedragen en vooral misplaatst superioriteitsgevoel van West-Europese zijde. Toch waren het volgens mij geen kwaadwillende of bewust rascistische mensen. Carol Voges was een gerenommeerd tekenaar die voor Toonder Studio, Sjors en Sjimmie, Donald Duck, Sesamstraat, Bobo, Okki en Taptoe werkte. Henri Arnoldus was een schoolmeester die bekend was geworden als schrijver van kinderboeken. Godfried Bomans is vele jaren de meest gelezen schrijver van Nederland geweest.

Hoe kon het gebeuren dat zij allen dit stereotype beeld van nikkers en negers gebruikten en dat wij dat als Nederlanders zonder kritiek aan onze kinderen voorlazen. De lezertjes, waar ik ook toe behoorde, werden zo van jongs af aan geïndoctrineerd met een beeld over grote bevolkingsgroepen die onze aarde bewonen. Een neger of nikker was in de boekjes óf een letterlijk levensgevaarlijk wezen óf een dom maar vriendelijk hulpje van ons, superieure blanken. Gelijkwaardig waren ze in ieder geval niet en eigenlijk deed hun primitieve gevoel er voor ons niet toe. Bananenrokjes, ringen in de oren, grote rode lippen en botjes door de neus gaven aan dat we te maken hadden met een exotisch ras dat duidelijk ondergeschikt was aan ons, Westerlingen. Ter verdediging zou je kunnen aanvoeren dat destijds nog geen sprake was van een veelkleurige samenleving. De weinige niet-Europese buitenlanders hier waren voornamelijk Chinezen en Indonesische mensen. Je kon dus als schrijver en tekenaar onbeperkt je gang gaan zonder dat iemand zich eraan stoorde of zich beledigd voelde en je terecht wees.

Tekenaars als Voges borduurden voort op het beeld dat door Black And White Minstrel Shows al sinds de 19de eeuw door blanken werd opgevoerd. Hoewel acts als de Banana Dance van Josephine Baker zorgden voor een emancipatie van "zwarte" mensen, versterkten ze ook het stereotype beeld van de "wilde" neger met zijn schaamteloze en primitieve cultuur.

Onwillekeurig moet ik denken aan de Zwarte Pieten-discussies. Het verbaast me niks dat er zoveel blanke Nederlanders oprecht denken dat het maar gezeur is om "steeds maar weer" de rol van de Zwarte Piet ter discussie te stellen. Het is toch een onderdeel van onze cultuur?! Daar moeten "ze" maar aan wennen, de flauweriken! Gezien onze houding ten opzichte van "zwarte" mensen in de kinderboekjes als Oki en Doki, Sjors en Sjimmie en Pa Pinkelman, zou je op zijn minst bereid kunnen zijn om je standpunt eens in heroverweging te nemen. Misschien hebben we het wel gewoon mis.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Speelt mijn linde, zingt de nachtegaal.

Gisteren waren de kinderen met de kleinkinderen op bezoek. Het was mooi weer en het is dan fijn om met zijn allen bijeen te zijn. De kleinkinderen claimen al onze aandacht; de jongsten, Floris en Reinout, omdat ze zo jong zijn en nog verzorging behoeven, Olivia omdat ze als driejarige de wereld aan het verkennen is. Elke leeftijd heeft zijn charme, maar de wereld van een driejarige vind ik wel erg boeiend om als bompa mee te mogen maken.

De taalontwikkeling van de driejarige Olivia gaat met sprongen vooruit. Ze spreekt in hele zinnen, vraagt voortdurend 'Waarom?' en je merkt aan alles dat zo'n kind de wereld aan het ontdekken is. Het kind heeft oog voor zaken waar wij als volwassenen allang blasé aan voorbijgaan. De aanwezigheid van een driejarige in je omgeving maakt dat je zelf de wereld ook weer met andere ogen beziet. De sprookjesachtige wereld van plant en dier, mens en omgeving, openbaren zich in alle luister aan wie er oog voor heeft. Olivia helpt mij de wereld weer …

God bestaat, Hij woont in Brussel.

Gisteravond heb ik een prachtige film bekeken: Le Tout Nouveau Testament, een film van schrijver Thomas Gunzig en cineast Jaco Van Dormael. God bestaat in deze film en Hij bewoont samen met Zijn vrouw en Zijn dochter Ea (verwijzing naar de Evangelische Alliantie?) een bedompt appartement zonder deuren naar de buitenwereld in een hoge flat in Brussel. Deze tirannieke en verknipte persoonlijkheid in zijn badjas terroriseert Zijn gezin en sluit zich op in Zijn geheime werkkamer waar hij op Zijn computer met sadistisch genoegen en uit verveling wetten uitschrijft die de mensheid moeten kwellen met allerlei groot en klein leed. Hij is anders dan Zijn weggelopen zoon J.C., die het volgens Hem te bont heeft gemaakt en naar Gods zeggen maar wat geïmproviseerd heeft. Zijn vrouw laat alles gedwee over zich heen gaan en Zijn dochter Ea komt voor de mensen op; zij hackt Zijn computer, maakt aan alle mensen via SMS hun sterfdatum bekend en loopt weg van huis. Zij daalt via een tunnel in de wasmach…