Doorgaan naar hoofdcontent

O Lindeboom

Jo Peeters
Ik heb jaren les gegeven aan het Elzendaalcollege te Boxmeer. Het was een feest om daar docent te zijn en ik heb er mijn fijnste onderwijstijd doorgemaakt. De sfeer was er cultureel en intellectueel hoogstaand en aan de meeste collega’s en leerlingen heb ik goede herinneringen. De rector, Jo Peeters, is in mijn ogen één van de betere schoolleiders die ik ooit heb mogen ontmoeten. Hij was een sociaal zeer bewogen man die oog had voor het wel en wee van zijn docenten en leerlingen. Geschiedenis had zijn bijzondere interesse en hij wist veel over de lokale geschiedenis te verhalen. Een interessegebied dat ik met hem deelde.

Oorspronkelijk was Boxmeer, onder de naam Meer bezit van de heren van Cuijk. Rond 1300 verkocht Jan I van Cuijk de Heerlijkheid aan Jan Boc van Mere. Aan het einde van de dertiende eeuw werd de soevereine heerlijkheid Meer genaamd en gevormd uit het huidige Boxmeer, St. Anthonis (toentertijd Oelbroek geheten), Half-Sambeek en weidegebieden onder Afferden en Heijen over de Maas. Het gebied strekte tot in de Peel. De Heerlijkheid besloeg toen ongeveer 25 vierkante kilometer. Vanaf ongeveer 1400 werden de namen Bocmeer en Boxmeer gebruikt om Mere en Meer van andere plaatsen te onderscheiden. Op landkaarten uit het midden van de 16de eeuw van cartograaf Jacob van Deventer staat nog de naam Meer vermeld.

In 1367 kwam het kasteel van Boxmeer en het omliggende land in handen van hertogdom Brabant. De heerlijkheden werden in de Zuidelijke Nederlanden opgeheven na de Franse inval van 1795. In de Noordelijke Nederlanden werden ze afgeschaft bij de Staatsregeling van 1798. Enkele heerlijke rechten als het jachtrecht en visrecht werden na de Franse tijd in Nederland hersteld als zakelijk recht. In 1800 werd Boxmeer bij verdrag door Frankrijk verkocht aan de Bataafse Republiek en in 1815 kwam Boxmeer in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden bij de provincie Noord-Brabant.

Vlak bij Boxmeer liggen het kerkdorpje Sambeek en de buurtschappen Vortum en Mullem met ruim 2500 inwoners. De oudste schriftelijke vermelding van Sambeek dateert uit 1294. De naam wordt dan geschreven als Zannebeke, een verbastering van Zandbeek. Sambeek is dus een nederzetting aan een beek (tegenwoordig de Luinbeek) die vanuit de Peel richting de Maas stroomde en daar langs de oevers zand afzette.
De namen Vortum en Mullem zijn in hun vorm al heel oud. Die twee namen zijn namelijk afgeleid van het achtervoegsel –heim, dat op zich al wijst op grote ouderdom en kleine nederzetting betekent. De naam Mullem komt in zijn Latijnse variant (Molna) al voor in een akte uit 1152. Vortum wordt als Vorthum voor het eerst genoemd in een akte van 1326. Het element voort duidt op een doorwaadbare plaats, in dit geval op de plek waar een oude Romeinse weg de Sint-Jansbeek kruist. Bij Mullem hangt het element mul hoogstwaarschijnlijk samen met het Oudnederlandse woord molne voor molen. Mullem zou dan de betekenis hebben van nederzetting bij of met een molen.
De gemeente Sambeek was 3.065 hectare groot. Het behoorde dus deels al vanaf de 13de eeuw tot de Heerlijkheid Boxmeer en deels tot het Land van Cuijk.

Er kwamen natuurlijk ook leerlingen uit Sambeek en Vorte-Mullum naar het Elzendaalcollege om er lessen te volgen en enkele prominente docenten woonden er ook. Elk dorp heeft wel een monument waar een verhaal aan gekoppeld is en waar de inwoners trots op zijn. In Sambeek is dat de oude lindeboom die de oudste boom van Nederland is. De legende leert dat de lindeboom 1000 jaar oud is en dat de Noormannen de boom zouden hebben aangeraakt. Volgens boomdeskundigen is de lindeboom 500 jaar oud. De schattingen over de leeftijd van de boom lopen dus nogal uiteen. Oorspronkelijk was de linde van Sambeek een ‘etagelinde’, in drie etages. Bij een hevige storm in 1901 zijn echter de bovenste twee etages gesneuveld. In het centrum van de holle stam is kort daarna een nieuwe stam ontsproten uit het oude wortelstelsel; dit is inmiddels zelf weer een forse boom van circa 2,5 meter omtrek. De hoogte is nu zo'n 24 meter. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw is de linde vele malen door boomchirurgen onder handen genomen. Door deze ingrepen wordt de boom nu bij elkaar gehouden door vele meters staal. Omdat de jaarringen niet meer te tellen zijn omdat de boom hol is, zal er nooit uitsluitsel over kunnen worden gegeven. Maar dat doet er ook niet toe. De boom heeft een respectabele omtrek van 8 meter en daarmee is de prachtboom tevens de dikste boom van Nederland. En zoals alle Hollandse Linden staat de boom met witte bloesem symbool voor liefde en trouw.

Lindebomen werden bij de Kelten en de Germanen al gezien als heilige bomen. De geest van de linde gold als beschermer voor huizen, bronnen en kerken. Ook later werd de lindeboom als 'goede boom' beschouwd. Huwelijken werden gesloten onder de linde; een lindetak zou tevens helpen als middel tegen tandpijn bij kinderen en een lindetak werd, in amuletvorm, gebruikt als bescherming tegen heksen en geesten. Er werd recht gesproken bij de boom, hetgeen blijkt uit officiële stukken uit 1598 (Tilburg) waarin beschreven werd dat er toen een huisje ende bancken omme de lynde staende werden afgebroken. Die bancken zouden banken zijn geweest waarop werd rechtgesproken. Schubert bezong de boom in het lied Der Lindenbaum uit de Winterreise op tekst van Wilhelm Müller en ook Gustav Mahler in de Lieder eines fahrenden Gesellen in het lied Zwei blauen Augen. De lindeboom verwijst vaak naar een (voorbije) liefde. O Lindeboom…

Als ik geen les had gegeven aan het Elzendaalcollege in Boxmeer, zou ik naar alle waarschijnlijkheid nooit geweten hebben dat in Sambeek die karakteristieke lindeboom stond. Wanneer komt iemand in hemelsnaam “per ongeluk” in Sambeek als je er niet in de buurt woont? Een bezoekje aan die (uit)hoek van Nederland is wel meer dan de moeite waard; ik kan het van harte aanraden. En misschien zou dan de lindeboom van Sambeek zomaar een reisdoel kunnen zijn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…