Doorgaan naar hoofdcontent

"Corona"

Afgelopen zondag heb ik met het Zuid-Nederlands Kamerkoor een concert gegeven in de Concertzaal te Tilburg. Het was een concert ter gelegenheid van het 45-jarig bestaan van het koor en hoewel het geen 'kroonjaar' is, kun je maar beter elke gelegenheid met beide handen aanpakken om een feestje te bouwen. En een feestje was het!

Voor de gelegenheid had ik een programma voorgesteld met enkel Brabantse componisten. De muziekcommissie was meteen geïnteresseerd, maar het kostte wat overtuigingskracht om de rest over de streep te krijgen. Op zich is dat niet verwonderlijk. Onze concertpraktijk in Nederland is op zijn minst traditioneel te noemen. Als belangrijkste oorzaken zie ik het teruglopen van jonge zangers die in het verenigingsleven willen of kunnen participeren en de daaraan gekoppelde opkomst van projectkoren. Daarnaast subsidiëren overheden steeds minder concerten en begeleidingsorkesten waardoor de verenigingen terecht rekening moeten gaan houden met de opbrengst uit kaartverkoop. Als gevolg hiervan kiezen muziekcommissies en dirigenten (te) vaak traditionele composities die zich in het verleden bewezen hebben.

Het mag voor zich spreken dat deze opstelling uiteindelijk zal leiden tot een verschraling van het culturele leven in Nederland. Levende componisten krijgen steeds minder gelegenheid om hun werken uitgevoerd te krijgen. Daardoor missen zij de nodige feedback van uitvoerenden en het publiek. Het gevolg is dat er geen kruisbestuiving plaatsvindt tussen de belanghebbenden. Als dat in het verleden was gebeurd, dan hadden we nu niet de prachtige composities kunnen uitvoeren van de gerenommeerde componisten die nu nog steeds de programma's vullen.

Ik zou dan ook willen pleiten voor een gevarieerd programma waarbij we het goede uit het verleden niet overboord gooien, maar waarbij we het nieuwe, onbekende een kans geven. Daarbij lopen we natuurlijk soms het risico dat een nieuwe compositie niet zo positief uitpakt als we hoopten, maar dat is een avontuur dat we graag zouden moeten willen nemen.

Henk Stoop
Henk stoop was bereid om ter gelegenheid van ons jubileum een compositie voor symfonieorkest en koor te componeren op een gedicht van Paul Celan: Corona. Hij schreef in betrekkelijk korte tijd een prachtige compositie met een indringend karakter. Zelf schrijft hij erover in de programmatoelichting:

"Corona is een gedicht van Paul Celan uit 1948. Het woord van de dichter geeft een denken weer van een tijdsmoment en op een gekozen of niet gekozen moment. De dichter maakt keuzes. Hij zegt de dingen op een andere en persoonlijke manier.
Ook een muzikale invalshoek is qua benadering net zo individueel en willekeurig. Het muzikaal interpreteren hiervan hangt samen met het dichterlijk interpreteren. Celan zal in 1948 (Wenen) getekend zijn door het directe verleden: de holocaust. Zijn ouders zijn omgekomen in een concentratiekamp, de Russen zitten in zijn vaderland, Roemenië, en Wenen is overspoeld door vluchtelingen. (Hoe actueel kan een ontstaansperiode zijn, PvG)
Clans tekst is cryptisch. Hij maakt gebruik van metaforen en neologismen. In die spanning blijft er ruimte over en de vraag is hoe dit in te vullen. Het werk begint met de grauwheid en de uitzichtloosheid van de directe tijd na de oorlog in de lage strijkers. Langzamerhand ontwikkelt het werk naar steeds hoopvollere geluiden. Ook hoort men verderop in het werk Oost-Europese klanken, een soort associatie met het wezen Paul Celan. Ten slotte heeft het woord van Corona iets stabiele: het beeld van de zonnekring."

Henk heeft de compositie opgedragen aan mij en ik ben daar zeer vereerd over. Ik hoop dat het niet bij deze uitvoering blijft en dat het werk vaker te horen zal zijn. Als het aan mij ligt, zal dat zeker gebeuren.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Het bijzondere van het gewone

'Es gibt keine Wirklichkeit, als die, die wir in uns haben' (Hermann Hesse, Demian)
Doordat Olivia steeds beter gaat praten en ook verbanden gaat leggen en benoemen, wordt mijn fantasie op aangename wijze gestimuleerd. Niet in de betekenis dat ik wegdroom of er zomaar op los fantaseer. Nee, ik realiseer me, door haar opmerkingen, dat de werkelijkheid meer dimensies heeft dan ik met mijn sjabloondenken meen waar te nemen.

Door mijn (levens)ervaring duid ik alles aan de hand van hetgeen ik eerder heb waargenomen en denk te kennen. Ik leg als het ware een sjabloon op de werkelijkheid van mijn omgeving. Ik herken de algemene vorm, beoordeel het razendsnel als een exemplaar van de soort en ga in veel gevallen voorbij aan het specifiek eigene van wat ik zie. Dat is goed te begrijpen en ik houd mezelf voor dat dit heel normaal is. Je hoofd zou overlopen als je alles als uniek zou gaan zien. Daarom volsta ik met een globalere aanduiding van wat ik (her)ken: boom, man, struik, insect... I…