Doorgaan naar hoofdcontent

Het is!!

De volstrekt natuurlijke dood is een belediging voor de menselijke rede, ondraaglijker dan alles wat hij in het concentratiekamp had meegemaakt: hoe is het mogelijk dat deze wereld van mij gedoemd is tot ondergang?

Jean Améry
Dit zijn woorden van de Oostenrijkse filosoof Jean Améry, die twee jaar Auschwitz had overleefd. Ik kan met hem meevoelen; we leren het gegeven van de dood uiteraard te accepteren, maar we kunnen het waarschijnlijk onmogelijk bevatten, hoe diep we ook nadenken. De in potentie oneindige weg waaraan wij mensen beginnen, wordt afgekapt door de dood. Dat wij beschikken over talenten waarmee we allerlei zaken aanpakken - in liefde en werk - die in één leven niet te voltooien zijn, lijkt een misplaatste kosmische grap. Net als we denken dat we vat krijgen op wat ons leven inhoudt, gaan we dood.

Ik heb daar jaren geleden met de broer van mijn moeder, François Serroeyen, vaak over gesproken. Hij was broeder directeur bij de Broeders van Liefde in Sint Job in ’t Goor. Ik vroeg hoe hij kon geloven bij het zien van zoveel onrecht en misstanden; hoe hij als intellectueel het niet rationele geloven kon omarmen. Zijn antwoord was voor mij even verrassend als eenvoudig: er was voor hem geen rationeel alternatief. Geloven was een bewuste keuze die voor hem zin aan zijn bestaan gaf; het was geen zeker weten, maar daarom was het dan ook “geloof”. Hij heeft zijn leven ten dienste gesteld aan het opkomen voor zwakkeren die hulp nodig hadden en niet voor zichzelf op konden komen in dit leven. Hoewel ik hem niet veel zag (hij was een echte kloosterling) maakte de overgave waarmee hij invulling gaf aan zijn geloof grote indruk op mij.

Was het maar zo eenvoudig, ik ben Rooms Katholiek opgevoed in een tijd van vóór Vaticaan II. Mijn broer, Guido, heeft hier niks van meegekregen. Waar ik nog als misdienaar de mis in het Latijn meemaakte en met mijn moeder biddend kloosters en Mariakapelletjes bezocht, heeft hij al vanaf zijn jeugd aan een nutschool zijn opleiding genoten. De gebeden, regels en ervaringen uit mijn jeugd zijn volgens mij aan hem voorbijgegaan. De manier waarop ik in het leven sta, wijkt behoorlijk af van die van hem. Ik heb iets met het mysterie van het geloof en theologie, maar het helpt me niet bij het nadenken over het doel van mijn aanwezigheid op aarde. En hoe ik moet omgaan met de dood en loslaten in het algemeen.

Het recente bezoek aan India heeft me aan het denken gezet over de zin van het leven en hoe ik met levensvragen zal moeten omgaan. Vooral de wijze waarop in India de mensen in het “nu” lijken te staan en de invloed die dat op hen en die samenleving heeft, houdt me bezig. Het bezoek aan de Ashram van de Sai Baba van Shirdi heeft diepe indruk op me gemaakt. In de tempelzaal was een mantra te horen die voortdurend herhaald werd. Als je daar even zit en jezelf eraan overgeeft, merk je dat de gedachtestroom wordt stopgezet en dat je in een soort meditatieve atmosfeer wordt opgenomen en meegevoerd. Ruimte, tijd en jouw lijfelijke aanwezigheid vallen samen. Het is eigenlijk vergelijkbaar met wat vroeger voor mij het bidden van het rozenkransgebed had. Door het bidden van de 15 Onze Vaders en 150 Weesgegroetjes, gekoppeld aan de twintig geloofsgeheimen, kom je ook in een cadans die gedachten over verleden en toekomst uitbant.

Acceptatie van wat “is”, leek voor mij als socialistische liberaal een excuus voor de elite om hun privileges veilig te stellen. Mijn moeder was een “goede” Katholiek en voedde mij dan ook op met streng Katholieke waarden en normen, terwijl mijn vader als socialist me opvoedde met de stelling dat er sprake was van een complot tussen het kapitaal en de kerk, in de trant van “Hou jij ze dom, dan hou ik ze arm” of variaties op dit thema. De encycliek Rerum Novarum van paus Leo XIII (1891) werd door de socialisten met grote argwaan en achterdocht bekeken. Er bestond in ons gezin een duidelijke tegenstelling betreffende de manier waarop je in het leven kon staan. Na mijn bezoek aan India zie ik overeenkomsten met onze rituelen en gebruiken, maar heb ik ook duidelijke verschillen waargenomen.

In een mix van geloof (moeder) en argwaan (vader) werd ik opgevoed en moest ik maar zien hoe ik mijn weg vond in het oplossen van levensvragen. Geloven in een hiernamaals met een eeuwig paradijselijk leven, lukt me niet, hoewel ik de gedachte wel heel aanlokkelijk vind. Ik heb verschillende religieuze teksten op muziek gezet en sta daar volledig achter. De kracht van gebed, mantra en mystiek heb ik ervaren, maar het biedt me geen soelaas bij het beantwoorden van mijn vragen over zin en onzin van het leven.


Een accepteren van wat “is”, het leven in het “nu”, lijkt rationeel een beter alternatief dan dat je de kloof tussen “zijn” en “behoren” moet zien te beslechten. Maar hoezeer ik me ook wapen en wat ik ook probeer, als ik denk aan onrecht in het algemeen of dood (van door mij geliefde personen) dan brengt dat wel een pijn bij mij teweeg die dan juist op zo’n moment me bewust doet zijn van de kloof tussen “zijn” en “behoren”. Er is bij mij dus sprake van een verschil tussen theorie en praktijk. India heeft me echter hoop gegeven dat het me misschien ooit lukt om blij te zijn met wat is en geweest is, zonder waardeoordeel; met een gevoel van acceptatie dat geen excuus is maar een rationele keuze in te zien dat het goed is. Misschien is dat wel wat in Genesis bedoeld wordt met de woorden “En God zag dat het goed was.”: een accepteren van het nu, zonder dat iemand zich zorgen hoeft te maken tussen “zijn” en “behoren”. Het is!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…