Doorgaan naar hoofdcontent

Mijn reis naar Zuid-India 4

Het was vandaag weer een totaal andere dag dan gisteren. Het ochtendritueel was hetzelfde; ontbijt om 08.00 uur, gezamenlijke start van de dag om 09.00 uur en even de vuile was naar de wasserij brengen. Jan ging even naar de arts in verband met aanhoudende keelproblemen. Hij kreeg een antibioticakuur voorgeschreven en gaande weg de dag kon hij (en wij) het verschil al een beetje merken.
Vandaag zou in het teken staan van bezoeken aan twee centra voor hulp aan kinderen.  De eerste was een eenvoudig centrum voor hulp aan kinderen met een meervoudige beperking. De weg naar het plaatsje was slecht en voer langs idyllische plekken. Je was in een andere wereld; betoverend en intrigerend. Je komt zintuigen tekort als je zo door het dichtbegroeide gebied rijdt. Op een gegeven ogenblik reden we door een windmolenpark waarbij die in Nederland zouden verbleken. Het had duidelijk geen rol gespeeld dat ze niet in het landschap thuishoorden. Er wordt klaarblijkelijk veel geld verdiend aan de zo opgewekte elektriciteit en als klap op de vuurpijl hoorden we dat er op 30 km afstand een nucleaire centrale was aangelegd met hulp van de Russen, ondanks de protesten die de bouw 20 jaar hebben weten tegen te houden.
Bij het eerste centrum in Chettikulam aangekomen, werden we ontvangen door de sociale werkers, de directeur en een tiental ouders van kinderen die daar gedurende de dag werden opgenomen. De ontvangst was hartelijk en de ouders, die speciaal voor deze happening waren komen opdagen, kregen de gelegenheid om hun situatie aan ons uit te leggen. De verhalen die we hoorden waren hartverscheurend. De zorg van geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen drukte erg op het leven van de ouders. Sommigen kregen het verwijt van hun omgeving dat de handicap van de kinderen hun schuld was. Ook was het moeilijk om de kinderen te onderhouden omdat het extra kosten en zorgen met zich meebracht. Ze waren ontwapenend open naar ons toe en wij kregen de indruk dat ze ook veel steun bij elkaar konden vinden.
Daarna werden we naar de ruimte gevoerd waar de 14 gehandicapten bij elkaar in een kring op de grond zaten. Het was me duidelijk dat ze voor de gelegenheid netjes gekleed waren. Er was een jongeman die een lied voor ons zong en omdat aangekondigd was dat ik musicus was, kon ik er niet onderuit om onder grote hilariteit "De Zilvervloot" te bejubelen. We gingen gezamenlijk op een groepsfoto, waarbij wij als vroegere notabelen op een rijtje op een stoel moesten gaan zitten terwijl de rest er omheen ging staan. Er hielp geen moedertjelief tegen, wij moesten daar plaatsnemen. Wat me bij bleef aan het bezoek was de troosteloosheid van bestaan van deze mensen. Er is een gebrek aan alles, behalve aan liefde door de mensen die hen verzorgen. Wat hebben wij het toch rijk en wat is het toch een gênante vertoning dat wij daar als rijke Europeanen in zo'n arme omgeving rondlopen. De enige troost die ik me kon geven, was dat de rijke Indiërs in hun gigantische grote huizen helemaal niks doen voor deze mensen. Dat rechtvaardigt voor mijzelf mijn aanwezigheid hier een beetje. Ik doe wat ik kan en probeer een steentje bij te dragen, al weet ik dat het een druppel op een gloeiende plaat is.
We vervolgden onze tocht naar het Adolf Kleijn Rehabilitation Center in Mylaudy. Wat een contrast met het vorige instituut! Dit door Duitsers opgerichte centrum heeft alles wat er maar nodig is om orthopedische ingrepen uit te voeren en nazorg te geven aan kinderen. De chirurg, fysiotherapeuten en vrijwillers woonden en werkten in een gebouwencomplex dat ook in Duitsland had kunnen staan. De ontvangst en de presentatie was dan ook gelikt en efficiënt gericht op het werven van (Duitse) fondsen. Er werd ontegenzeggelijk goed werk verricht; per jaar worden er 500 kinderen behandeld, hetgeen een hoog gemiddelde is. Toch wringt het op een of andere manier als je binnen een paar uur twee van zulke uitersten bezoekt. Het beeld van het eerste centrum liet me niet los.
Na een korte autorit door het prachtige landschap bereikten we een buitenwijk van Nagercoil waar het hoofdkantoor van ProVision, de organisatie die veel hulp coördineert, is gevestigd. Dr. S. Johnson Raj, die ons heel de reis had vergezeld, toonde ons middels een Powerpoint-presentatie wat de doelen waren op korte en lange termijn en naast personeel van ProVision waren de beide leiders van het eerste centrum en de fysiotherapeut en technicus van het tweede centrum aanwezig. Dr. S. Johnson Raj had ook een sheet over de behaalde resultaten van het project dat wij als Stichting Jeugdwelzijn Zuid-India hadden gesponsord. Na afloop vertelde ik dat ik onder de indruk was van de presentatie, de behaalde resultaten en de werkwijze van de beide centra, maar dat me opviel dat er zo'n groot verschil was tussen het rijke tweede centrum en het arme eerste centrum. Ik vroeg of het niet voor de hand zou liggen om wat eerlijker de welvaart te delen, vooral omdat het eerste centrum helemaal niks had. Er volgde een reeks omzwervende antwoorden van de fysiotherapeut die over baby's en zithoudingen ging praten, waaruit bleek dat hij volledig niet op de hoogte was van hetgeen zich binnen het eerste centrum afspeelde. De beide leiders van het eerste centrum waren dankbaar dat we voor hen opkwamen, maar verder dan een belofte van ProVision dat het hun aandacht had, kwamen we die ochtend niet.
We gaven de leiders van het eerste centrum de kleurboeken, kleurpotloden en spelletjes cadeau die we uit Nederland hadden meegenomen en die werden in dank ontvangen. 's Avonds kreeg Hanny het bericht dat haar vriendin Hanny van Korlaar was overleden. Het bericht kwam hard binnen en drukte een stempel op de avond. Ook deze dag heeft weer veel indruk op me gemaakt. Ik ben weer benieuwd wat morgen zal brengen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…