Doorgaan naar hoofdcontent

Mijn reis naar Zuid-India 10

Vandaag stond in het teken van ceremonies en feesten en het was dus een leuke dag. We moesten weer vroeg uit de veren om in de ochtend een gesprek te hebben met de architect over de wijzigingen die wij aangebracht wilden zien bij het nieuw te bouwen centrum. De architect kwam ruim een uur later dan afgesproken vanwege problemen met zijn printer; wat dat betreft dus geen verschil met West-Europa. Omdat het niet naar wens was, hebben we hem weer teruggestuurd met een gerichte opdracht om een en ander nauwkeuriger uit te werken. Zoals bij Projectmatig Werken het geval is, blijkt dat bij zo'n groot project in het buitenland de uitgangspunten zeer duidelijk en exact beschreven moeten worden. En zelfs áls je dat gedaan hebt, dat er dan nog steeds (mis-)interpretaties plaatsvinden die telkens weer doorgesproken moeten worden.
In India zijn ze erg pragmatisch ingesteld, althans, in het dagelijkse leven. Mensen gaan creatief om met tekorten en als iets kapot is, wordt het provisorisch opgelost. Zo zie je op straat allerlei bedrijfjes die motoren uit elkaar halen, tuktuks repareren, fietsen aan elkaar lassen of kleding repareren. Je kunt het zo gek niet bedenken of het gebeurt hier op straat. Er heerst ontegenzeggelijk een chaos, maar als je nauwkeurig kijkt en wat langer in het land bent, dan ontdek je de onderliggende structuur.
Rond 10.00 uur waren we weer op de bouwplaats van het nieuw te bouwen centrum. Er werd ceremonieel een plakkaat onthuld en ingewijd, waarmee de intentie werd bezegeld om er gezamenlijk iets moois van te maken. Er waren ook kinderen van blinde ouders aanwezig, een behoorlijke delegatie van het diocees en wat buurtbewoners. Er sprak ook een bekend pedagoog/maatschappelijk werker uit Zuid-India die het als zijn doel zag om kinderen op de hoogte te brengen van hun rechten en om ze te leren om misbruik en onrecht niet te accepteren. Ook had hij goede ideeën om kinderen op diverse leergebieden te scholen. Wat mij opviel was dat hier veel belang wordt gehecht aan activiteiten als zang en dans als wezenlijk onderdeel van het mens-zijn. Daar zouden we later op de dag getuige van zijn.
Na de ceremonie gingen we met de auto naar de school in Ponmandurai Dindigul waar Jan en de andere bestuursleden al eens waren geweest. Het is de school die in de parochie van Father Phillip staat. De ontvangst daar was overweldigend en werkelijk hartverwarmend. We werden ontvangen met een feestelijke optocht van dansende en musicerende kinderen; ontroerend mooi en indrukwekkend om mee te mogen maken. Daarna werden we geleid naar een houtvuur waar een pot met rijst en water verwarmd werden. Zo worden gasten traditioneel ontvangen; als de pot bij (extra) verwarming overkookt, wordt er geklapt, gejoeld en gedanst.
We kregen vervolgens een cultureel programma voorgeschoteld met traditionele dansen en muziek. Op het grote schoolplein zaten zo'n 250 kinderen in de schaduw van de bomen met ons te kijken naar het kleurrijke en goed ingestudeerde programma. Wat een rijke cultuur! Vooral opzwepende ritmen en tempo- en maatwisselingen maakten grote indruk op mij. Ik moest ook een woordje doen en heb daarna meteen maar een Nederlands lied gezongen: Piet Heyn was de schamele tegenhanger van het prachtige Tamil erfgoed wat juist te zien en te horen was geweest. Maar het feit dat ze een buitenlandse taal hoorden en blanken zagen was al spektakel genoeg voor hen. We kregen er een lekker maaltijd voorgeschoteld en daarna gingen we voldaan en nog volop nagenietend terug naar het Bisshop's House.
Na een kort opfrismoment gingen Father Phillip, Hanny en ik met de auto (met chauffeur) naar Dindigul om daar het Rock Fort te bezichtigen. De regio van Dindigul was de grens van drie prominente koninkrijken van Zuid-India: de Pandyas, Cheras en Cholas. In het oude Tamil-boek Silappathíkaram staat de stad al vermeld als noordelijke grens van het Pandya-koninkrijk met als hoofdstad Madurai.
De granieten heuvel met het fort en de tempel zijn al van ver te zien als je Dindigul nadert. Het is een toeristische trekpleister voor geliefden en Indiase toeristen. Ook hier weer een hogere toegangsprijs voor buitenlanders, maar ja, zelfs dan is het voor Rs 100 per persoon te bezichtigen (ongeveer €1,50). De rots is zeer massief en soms zijn er treden uitgehakt in de granieten ondergrond. Het uitzicht is werkelijk adembenemend en de zuilengalerijen in de (vrouwen)tempel is betoverend. Ik had dit onderdeel niet willen missen.
We hebben Jan daarna weer opgepikt in het Bisshop's House en de rust had hem goed gedaan. Er stond nog een bezoek aan de zus van Father Phillip op de agenda en we werden daar ook weer allerhartelijkst ontvangen. Het was een mooi huis, maar ook hier weer de typisch Indiase gewoonte om het binnenshuis schoon en op orde te hebben, maar om het buitenshuis te laten voor wat het is. We maakten kennis met de zus, haar man, dochter en zoon en de inwonende dementerende vader van Father Phillip. De omstandigheden zijn voor dementerenden toch wel beduidend anders dan bij ons. De man was 87 jaar, niet aanspreekbaar, volledig hulpbehoevend en woonde zonder veel hulpmiddelen in het huis van zijn dochter. Een hele opgave voor haar en haar gezin!
We gingen bij elkaar zitten en na een korte voorstellingsronde vroegen ze ons om te zingen. Ze waren daar erg in geïnteresseerd. We zongen enkele Nederlandse, Engelse en Duitse liedjes, waarna de zus een traditioneel lied zong over een moeder en haar pas geboren kind. Het was een verstild lied en we hebben hierna afscheid genomen en zijn in de stad nog een hapje gaan eten. Ik heb tot nu toe geen last gehad van mijn maag of darmen. Ik had allerlei medicijnen uit voorzorgsmaatregel meegenomen, maar ik heb er gelukkig geen gebruik van hoeven maken. Gewoon oppassen met water en in water schoongemaakt of bereid voedsel blijkt voldoende effectief te zijn (tot nu toe). Na deze opnieuw enerverende dag zochten we weer vroeg ieder onze eigen bloedhete slaapzaal weer op. Morgen een bezoek aan de tempelstad Madurai; ik heb er zin in!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…