Doorgaan naar hoofdcontent

Mijn reis naar Zuid-India 12

Ik heb voor mezelf een verklaring gevonden voor wat ik hier als houding van de Indiërs ontmoet. Of het klopt? Ik heb er geen flauw idee van, maar het is de enige manier voor mij om het tot nu toe te kunnen begrijpen.

Wat me hier het meeste opvalt en misschien ook wel stoort, is het feit dat het lijkt of de Indiërs onverschillig zijn voor misstanden die mij als buitenstaander meteen in het oog springen. Ik denk dan vooral aan de manier waarop ze met de omstandigheden omgaan en in het leven staan. Soms lijkt het of het ze niks kan schelen dat het vuilnis zich ophoopt in de straten, op het platteland of rondom hun huis. Het lijkt erop dat ze zich niets gelegen laten aan de armoedige omstandigheden waaronder velen hier moeten leven. Overal zie je krotwoningen naast riante villa's, rijkdom naast armoede, gezonden naast zieken. Mensen slapen op straat, doen er hun behoeften, werken en leven er te midden van soms erbarmelijke puinhoop. Compassie en empathie liggen niet voor het oprapen hier. Vanuit West-Europees standpunt snap je er niks van. Hoe bestaat het dat het ze onverschillig laat? Waarom komen ze niet in actie? Waarom ruimen ze niet gezamenlijk de puinhopen op? Zoveel werk is het niet.
Ik moest denken aan mijn gesprek dat ik in de eerste dagen hier had met Father Patrick. We hadden het opvanghuis bezocht voor nomadenkinderen en op de terugweg hadden wij een kort maar goed gesprek met elkaar. Hij vertelde mij dat mensen hier op twee manieren in het leven staan: referentie-en ervaringsgericht. In het eerste geval richt je jezelf op voorbeelden in je omgeving (Bhakti Marka) en in het tweede geval leef je in het nu; het is zoals het is, acceptatie en opgaan in de omgeving Ghanaian Marka).
Hier beleef ik de Indiase samenleving vanuit een ander perspectief dan de toerist en zie ik steeds beter wat hij bedoelde. Als je in huis bent en het is er schoon, dan probeer je dat zo te houden. Als je buiten loopt en het stinkt er, accepteer je dat als gegeven en verder niks. Zo kun je ook in het leven staan. Je accepteert vreugde en verdriet van het "nu" en beleeft je emoties zeer intens, met al je zintuigen. Acceptatie zonder behoefte om er zelf actief in te grijpen; het is zoals het is en wij hebben daar maar mee te dealen. Het lijkt wel of de middenweg geen optie is en ingrijpen in de situatie nog niet eens in ze opkomt.
Father Patrick en Father Hieronymus vertelden mij dat het hierbij vooral om het niveau van de ambitie gaat. Ik begreep dat vorige week niet goed, maar nu ik er langer ben en beter structuur binnen de "chaos" van de samenleving meen te ontdekken, is er een begin van begrip bij mij aan het gloren. De mensen die door de omstandigheden gedwongen ervaringsgericht in het leven staan, hebben een laag ambitieniveau. Het kastensysteem is in het verleden bepaald geen stimulans geweest om daar verandering in aan te brengen. Het mooie van allerlei projecten met kinderen en jongeren hier is dat juist dat ambitieniveau aangepakt wordt. Het gaat erom dat ze zich bewust worden dat ze zelf invloed kunnen hebben op hun leefomgeving en leefomstandigheden.
Vanuit mijn West-Europees standpunt is dat een wenselijke verandering. Materieel gezien is er wel een en ander te verbeteren voor de Indiërs. Maar ik vraag me wel af of ik zelf niet beter af zou zijn om meer in het "nu" te leven en te ervaren dan ik tot nu toe heb gedaan. Ondanks alles zijn de mensen hier zo ontwapenend vriendelijk en treden ze me hier open tegemoet. Soms stoppen fietsers of tuktuks en vragen de bestuurders hoe ik heet en wensen ze me een fijn verblijf in India. Wildvreemden begroeten mij vriendelijk of zwaaien naar ons. Mensen zoeken elkaar hier op en de sociale interactie is binnen de eigen groep best goed te noemen. We moeten uitkijken dat wij niet vanuit ons eigen gezichtspunt een manier van (Westers) leven propageren waarvan het op voorhand niet duidelijk is of ze er daar gelukkiger van zullen worden. Acceptatie en ervaren van het "nu" zijn ook belangrijke waarden voor geluk. Ook wij kunnen leren van wat deze samenleving te bieden heeft.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…