Doorgaan naar hoofdcontent

Verbeter de wereld, begin in Europa

Aan het einde van de 90er-jaren van de vorige eeuw waren onze harten hoopvol gestemd. De millenniumwisseling stond eraan te komen en allerlei profetische vragen en gedachten popten op: Zou de wereld ten onder gaan? Wat stond er in de Mayakalender aangekondigd? Zouden de computers niet op tilt slaan omdat de digitale klokken niet berekend waren op het jaar 2000? Diende zich een nieuwe wereldorde aan nu Rusland en de rest van de wereld in het teken stonden van Glasnost? De koude oorlog leek voorgoed voorbij; James Bond moest een andere vijand zoeken omdat het beeld dat wij van Rusland hadden moest worden bijgesteld. Wij zouden de wereld toekomstproof inrichten en de sky was the limit. De bankcrisis had zich nog niet aangediend en 9-11 was ondenkbaar.

We zijn nu anderhalf decennium verder en niet alleen in de tijd. We zijn verder van huis als we de toestand van de wereld in ogenschouw nemen. De koude oorlog is in volle hevigheid terug en over en weer worden beschuldigingen geuit en vijandsbeelden aangewakkerd. Waar we voor de millenniumwisseling nog afwachtingsvol en positief het nieuwe millennium verwelkomden, lijken we nu overal problemen in te zien. Oorlogen en vluchtelingenstromen domineren het nieuws en politici lijken onmachtig om angsten te beteugelen of weg te nemen. Het grootste probleem in Europa bestaat volgens mij in wezen uit de angst dat we uiteindelijk onze welvaart zullen moeten delen en dat we ons nu krampachtig vast willen klampen aan wat was.

De opkomst en populariteit van nationalistische politici is hierdoor te verklaren. Simplificatie van de problemen is door de tijden heen echter een solide basis geweest voor massale ellende; waarom zou dat nu ineens anders zijn?! Over heel Europa lijkt nationalisme de boventoon te gaan vieren en voor enige nuancering is schijnbaar geen plaats. Leren van geschiedenis doen we in ieder geval niet. Europa sluit haar ogen voor het gegeven dat we de ongelijkheid in de wereld niet zonder problemen en veel verdriet in stand kunnen houden.

Toen ik nog regelmatig in Rusland en Oekraïne kwam (hetgeen sinds de internationale crisis niet
goed mogelijk meer is), merkte ik dat de mensen die daar wonen in wezen niet veel met ons, Europeanen, verschillen. Bij mijn recente reis naar India viel me weer op dat wij, als mensen, niet wezenlijk van elkaar verschillen. Ook in andere landen hebben mensen hun dromen en idealen en ook daar willen ze in dit aardse bestaan het beste voor zichzelf en hun kinderen. Uit ervaring weet ik dat je op intermenselijk niveau veel goede contacten kunt leggen en (culturele) samenwerkingsprojecten kunt opzetten. Je zou dan denken dat het op staatkundig niveau niet moeilijk zou moeten zijn om ook op dit terrein toenadering tot elkaar te vinden. Niets lijkt minder waar; de grote machtsblokken van de wereld zijn ontoeschietelijk en tamelijk consistent in hun wederzijdse argwaan.


In mijn Utopia zien we mensen als mens; niet als groep, vreemdeling of vertegenwoordigers van hun land van herkomst. Misschien slagen we er ooit in welvaart wereldwijd te delen. Ik ben ervan overtuigd dat wij elkaar wereldwijd kunnen inspireren en stimuleren tot grootse daden. In samenwerken zie ik meer heil dan in het met wapens proberen elkaars wil of staatsbestel op te leggen. Noem het naïef, maar volgens mij is de open houding van respectvolle samenwerking de enige die ons uit de wereldwijde impasse zal kunnen leiden. De weg die we nu begaan, vind ik slecht, heilloos en kan volgens mij niet anders dan doodlopend zijn. Vooralsnog begin ik bij mezelf bij de verbetering van de wereld. Mogelijk haalt het iets uit.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…