Doorgaan naar hoofdcontent

Muziekschool Venray moeten sluiten

Vorige week zag ik bij Nieuwsuur een reportage over het sluiten van een muziekschool in Venray. Er kwamen in die uitzending een sympathiek ogende directeur, wat muziekdocenten, een enkele ouder en wat leerlingen voorbij. Je kreeg als kijker medelijden en zelfs ik had last van een gevoel van verontwaardiging over het zomaar opdoeken van een muziekschool. Het werd zelfs als een landelijke trend gepresenteerd: overal moeten muziekscholen sluiten.

Als je de website van de Kunstencentrum Jerusalem in Venray bezoekt, merk je dat de titel van de reportage (dat er muziekscholen moeten sluiten) de lading niet dekt. Het gaat hier niet alleen over de sluiting van een muziekschool, maar over een sluiting van een Centrum voor de kunsten, compleet met de afdelingen Dans, Muziek & zang, Beeldende kunst en Theater & Musical. Het centrum schijnt zelfs binnen het primair en voortgezet onderwijs actief te zijn en ze verzorgen ook cursussen voor het verenigingsleven. Afgezien van het in mijn ogen foutieve onderscheid dat ze binnen het centrum maken tussen muziek en zang en tussen theater en musical is het een centrum dat zijn best doet om een zo breed mogelijk palet aan cursussen en bezigheden aan te bieden. Zo worden er maar liefst 258 cursussen aangeboden. Je kunt ze bij het kunstencentrum in Venray niet verwijten dat het aanbod daar kwantitatief gezien petieterig in omvang is.

Een kleine zoektocht leert me dat in een unaniem aangenomen motie van de Lokale Politieke Partij Inventief op 19 mei 2015 onder andere wordt gesteld dat "het actieve en passie culturele landschap, de kunst en muziek educatie, het museale beleid, de monumentenzorg, het mediabeleid een onsamenhangende lappendeken is van bestaande en nieuwe initiatieven". Zet dit af tegen 258 cursussen die door het kunstencentrum worden aangeboden en het beeld dat ik had over de sluiting begint al snel te veranderen. Samenhangend komt hun grote aanbod in ieder geval niet over in een tijd waarin doorlopende leerlijnen, samenwerking culturele omgeving, deskundigheidsbevordering en professionalisering, competentiegericht leren en 21st century skills landelijk gezien belangrijk worden geacht. Wat verder grasduinend in de verslagen op de website van de gemeente Venray, kom ik tegen dat er sinds mei 2015 sprake is van de oprichting van een Venrays Huis voor de Kunsten. Dát werd me in de reportage op tv niet duidelijk. In de regiegroep van het Venrays Huis voor de kunsten hebben bovendien de wethouder, raadsleden, mensen uit primair en voortgezet onderwijs, een vertegenwoordiger van muziekverenigingen én twee mensen van het kunstencentrum zitting: Marjo Thijssen-Wismans (personeel) en Norbert Leurs (management)!! Wat is hier aan de hand?

Waarom heeft het management van kunstencentrum Jerusalem ervoor gekozen om vooral te focussen op het sluiten van de muziekschool? Heeft dat misschien te maken met de recente pleitbezorgers als professor Erik Scherder, die terecht verkondigt dat muziek goed is voor de ontwikkeling van de hersenen van (jonge) mensen? Spelen er andere belangen een rol? Waarom wordt er in de reportage geen melding gemaakt van het Venrays Huis voor de kunsten waar het kunstencentrum zelf bij betrokken en dus medeverantwoordelijk voor is? Hebben ze binnen de regiegroep bakzijl moeten halen? Er speelt naar mijn mening een ander probleem dat ik met name bij muziekscholen in Nederland herken.

De afgelopen decennia zijn de lestijden bij de reguliere muziekscholen steeds meer onder druk komen staan. Als musici weten we van oudsher dat je een instrument pas écht goed leert bespelen als je meer dan 1 uur les krijgt en vele uren oefent. Waar lang geleden individuele les van 60 minuten normaal was en bovendien volledig werd gesubsidieerd, mag je nu als leerling aan een muziekschool blij zijn als je 15 of 20 minuten toebedeeld krijgt. In een enkel geval krijgen 2 leerlingen 30 minuten les, maar de leerplannen voor het muziekonderwijs zijn in de praktijk van alledag op muziekscholen nauwelijks aangepast en binnen vele muziekscholen wordt er dus 15 minuten per leerling les gegeven. Uiteraard zijn er uitzonderingen, maar ik durf de stelling aan dat het geen regel is om dergelijke groepslessen zo in te vullen dat beide leerlingen 30 minuten beiden zinvol bezig zijn. Individuele muzieklessen van een uur vinden normaal gesproken niet meer zonder bijbetaling binnen de muren van een gesubsidieerde muziekschool plaats. Je kunt je dus afvragen of je buiten de muziekschool niet beter een instrument kunt leren bespelen dan er binnen. Leerlingen en ouders van leerlingen beseffen dat ook.

Vele afgestudeerde musici konden jarenlang nauwelijks aan het werk komen omdat de banen binnen muziekscholen al bezet waren door docenten die daar rond 1980 hun intrede deden. En die zijn nu nog niet allemaal met pensioen. De pas afgestudeerden moesten destijds dus noodgedwongen zelfstandig te werk gaan of ander werk zoeken. Veel van die afgestudeerde docenten kwamen in het privé circuit terecht waar ze, lang voordat het begrip zzp-er was ingeburgerd, thuis of aan huis muzieklessen gingen geven. Ze waren niet minder goed dan de docenten die aan de muziekscholen lessen verzorgden, maar ze konden gewoonweg niet in een muziekschool aan de bak komen. Noodgedwongen moesten zij, onvoorbereid door het conservatorium, zich als cultureel ondernemer ontwikkelen. Vandaag de dag is dat eerder regel dan uitzondering; bij een muziekschool zijn geen banen meer te verdelen. Deze docenten moeten uit lijfsbehoud wel inspelen op ontwikkelingen.

De muziekschooldocenten hadden ondertussen geen reden om iets te veranderen; de subsidie was verzekerd, hun baan stond vooralsnog niet op de tocht en ongeacht de manier waarop je lesgaf of samenwerkte met anderen had je een vaste baan met goede secundaire arbeidsvoorwaarden. Het kan dus voorkomen dat als je over de gang loopt van een muziekschool, je dezelfde lesmethoden voorbij hoort komen als in de tijd dat ik beginnend muzikant was. Er bestaat onder (oudere) muziekschooldocenten nu eenmaal een weinig actieve houding om zaken anders aan te pakken of mee te bewegen met maatschappelijke ontwikkelingen. Het is de vraag of zij nu het tij nog kunnen keren. Er zijn immers genoeg docenten beschikbaar buiten de muziekscholen om. Zelfs verenigingen verzorgen tegenwoordig hun eigen opleidingen met aan het conservatorium opgeleide muziekdocenten. Er bestaat geen kwaliteitsverschil meer zoals vroeger gebruikelijk was.

De maatschappij veranderde in de dertig jaar; verbindingen met primair en voortgezet onderwijs, doorlopende leerlijnen, cultureel ondernemerschap en samenwerking tussen uiteenlopende culturele spelers werden gemeengoed. Ineens blijkt dat muziekschooldocenten massaal de boot hebben gemist en dat hun "collega's" die al lang als cultureel ondernemer werken in het voordeel zijn. Ze worden schijnbaar verrast door een veranderende maatschappij en hebben een grote achterstand ten opzichte van muziekdocenten die al sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw gedwongen waren om zich meer aan te trekken van veranderende omgevingen en van de wensen van hun klanten/leerlingen. De schok is groot; veel muziekschooldocenten menen het gelijk aan hun kant te hebben, maar hebben kansen gemist om invloed uit te oefenen op politieke besluitvorming.

In Venray moet het Kunstencentrum Jerusalem sluiten, maar er komt een breed gedragen Venrays Huis voor de Kunsten voor in de plaats. Althans, zo ziet het er naar uit. Het is de vraag of Venray iets gaat missen. Er zal daar wel iets gaan veranderen, zoals op veel plaatsen in Nederland. Ik vind het wel (een beetje) sneu voor de docenten die er hun baan verliezen. Mogelijk komt er een goede regeling voor ze, zodat het leed voor hen binnen de perken blijft. Het is zaak om bij reportages kritisch te blijven en niet aanstonds aan te nemen dat de inhoud wel zal kloppen.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…