Doorgaan naar hoofdcontent

Voorjaarsopruiming

Ik ben aan het opruimen. De spullen stapelden zich op en sinds het overlijden van Paulette was er een aanzienlijke hoeveelheid huisraad bijgekomen. En dat, terwijl ik al zo weinig mogelijk had meegenomen uit het ouderlijk huis. Bij schifting van hetgeen ik houd of weg zal doen, stel ik me bij elk voorwerp wat ik in handen neem de vraag of ik er gelukkig en blij van word. Bij de geringste twijfel, gaat het voorwerp weg. Straks volgt nog een tweede ronde en zal het thuis weer een stuk opgeruimder zijn.

Soms vind je tussen al die spulletjes van Paulette, zaken die veel verklaren over wie ze was. Het kerkelijk goedgekeurd boekje Handboekje voor de Katholieke Vrouw en Moeder (vijfde druk, 1947) dat is samengesteld door Pater FABIANUS O.F.M. Cap. (Ordo Fratrum Minorum Capuccinorum) is zo’n kleinood dat weer eens in mijn handen kwam. Als goed Katholiek heeft zij dit boekje ongetwijfeld nauwgezet gelezen en volgens mij hebben soortgelijke gedachten, zoals die in het boekje opgeschreven staan, haar gevormd. Op het eind van haar leven luisterde zij veel naar Radio Maria en ik snapte niet dat zij zo graag luisterde naar de extreme denkbeelden die ze daar uitzenden. Ik ben in het boekje gaan lezen en realiseer me nu pas wat voor invloed de rooms katholieke kerk op vrouwen van haar leeftijd moet hebben gehad. Daarbij denk ik wel dat bij Paulette meespeelde dat ze een Belgische was die ook nog op internaat bij de zusters heeft gezeten.

Pater Fabianus is de klooster- en schrijversnaam van Wilhelmus Engelbertus van de Ven, die op 5 april 1881 werd geboren in Udenhout. Van de Ven trad in bij de paters kapucijnen in Tilburg en publiceerde in 1919 zijn eerste geschrift:  Of wij het socialisme begrijpen? Een vraag (Amsterdam: R.K. Centr. Propaganda-Bureau). Tot 1960 schreef hij vooral novenen en kerkboekjes. Pater Fabianus overleed in Tilburg op 27 januari 1965. Ik geloof in de oprechtheid van de man en dat hij het beste voor had met de mensheid en de schepping. Zijn wereldbeeld werd natuurlijk ook bepaald door de tijdsgeest en omgeving. Zijn boekje geeft een kijkje in hoe in die tijd tegen zaken aangekeken werd binnen de rooms katholieke kerk; het is niet voor niets kerkelijk goedgekeurd. Hij spreekt in zijn handboekje over onze wufte maatschappij waarin de heidense zeden herleven en waar de vrouwen en meisjes opnieuw van hun waardigheid worden beroofd. De kerk (en dus ook Fabianus) probeerde nog krampachtig de grip op maatschappelijke ontwikkelingen te houden. Twee wereldoorlogen en de opkomst van het socialisme naar aanleiding van wantoestanden op fabrieken en leefomstandigheden van de arbeiders lieten hun invloed gelden. De ontkerkelijking werd ingezet en als ik het boekje lees en de invloed van die denkbeelden zie op bijvoorbeeld mijn moeder, dan verbaast me die maatschappelijke transitie niet.


Het verval van de toenmalig maatschappij zat Fabianus én de kerk dwars. In stevige taal wordt met dit vermeende verval korte metten gemaakt. Zo schrijft hij al in het eerste hoofdstuk 'Man en vrouw': Ook ons tegenwoordige heidendom heeft geen hoogachting voor de vrouw. Het ziet in het zwakke geslacht slechts een aas voor zijn driften, een speelpop voor zijn lusten, een dienstkracht voor zijn gemakzucht. Verderop onder het kopje 'Wat God verenigd heeft zal de mens niet scheiden': Veronderstel eens, dat het Christendom echtscheiding toestond (...) Wat zou er dan gebeuren? (...) Binnen een paar jaar zaten we volop in de vrije liefde, de mannen en vrouwen ziek van geslachtskrankheden en de vrouwen, evenals de publieke meiden, met onvruchtbaarheid geslagen. Het was voor Fabianus duidelijk: Eerst waar men de christelijke wetten eenmaal mist, beseft men wat ze zijn.

Wat die christelijke wetten dan wel precies inhielden, werd duidelijk en vooral stellig in beeld gebracht. Er mocht niet teveel twijfel bestaan over wat de kerk voorstond. Het gezin als hoeksteen van de samenleving en het huwelijk als enige vorm van christelijk samenleven tussen man en vrouw werd vanuit Goddelijk perspectief bekeken. Bij 'Huwelijksdoel' staat het nog eens mooi op een rijtje: God (...) heeft met het huwelijk iets groots bedoeld (...) de voortplanting van het menselijk geslacht, de instandhouding van zijn kerk en de bevolking van zijn hemel. Kinderen zijn het grote doel van het huwelijk. De vrouw kreeg duidelijke instructies om dit hoofddoel te verwezenlijken, want Kardinaal Mercier (die zelf niet onomstreden zijn taak vervulde) had al gezegd: Die kinderrijke huisgezinnen zijn de echte werkhuizen, waar de sterke zielen worden gesmeed en de karakters gestaald.


Om de toen opkomende geboortebeperking in te dammen stelt Fabianus daarom: Om dit kwaad te vermijden moet de vrouw gaarne haar man ter wille zijn en zonder morren haar huwelijksplichten en moederplichten vervullen. Zij moet dikwijls denken aan de straffen, waarmee God de zondaar bedreigt. (...) hoopvol opzien naar de Vader in de hemel (...) reine en onbezoedelde handen vouwen tot gebed. Of nog duidelijker: Spoor uw man aan met woord en voorbeeld (...) Maak zijn leven zonnig en blij en weiger hem niet datgene, waarop hij door zijn huwelijk recht kreeg. (...) toch moeten wij met nadruk zeggen, dat weigering zonder reden een zware zonde kan zijn.


Eenmaal weduwe, was het lot bezegeld wat de katholieke leer betrof. Bij hoofdstukje 'De eerzame weduwe' kon je als vrouw lezen wat je dan te doen stond:
Onderdruk de lusten van uw vlees met alle kracht. Neem een heilige versterving te baat om uw lichaam te ontwennen aan geneugten, waarnaar het van nature verlangt (...) Volgens christelijke opvatting, die op de leer der Apostelen steunt, is het volmaakter en Gode welgevalliger en ook beter voor u om niet meer te trouwen. Ik vraag me af of dit soort overwegingen bij mijn moeder meegespeeld heeft om na de dood van mijn vader geen relatie met een andere man aan te gaan, hoewel ze pas 55 jaar was toen Wouth overleed.


Fabianus geloofde ongetwijfeld in hetgeen hij opschreef. Het was zijn vaste overtuiging dat hij hiermee een boekje had geschreven dat in deze vorm voor de eenvoudigste mensen heel gemakkelijk te hanteren is. Vanuit de beste bedoelingen werd een maatschappij ingericht die op verstikkende wijze mensen verplichtte volgens de rooms katholieke leer te leven. Fabianus bemoeit zich zelfs met vrouwenkleding:
Het strekt aan onze kerk en priesters tot eer onbeschroomd en zonder ophouden tegen de aapachtigheden en het dierlijk-zinnelijke van de mode gewaarschuwd te hebben. Hij stelt zonder blikken of blozen dat 50% van onze vrouwen onder de maat zijn. De angst voor het "andere" spreekt uit de wijze waarop hij hen benoemd: heidenen, socialistische heilstaat, genotzucht, apenliefde, wellustelingen, moderne praktijken, neomalthusianisme, Australiërs, Turkomannen, Chinezen, Indiërs... Fabianus had er niet veel mee op. De ontwikkelingen gingen waarschijnlijk te snel voor hem en hij dacht dat hij door zijn gepreek katholieken kon weerhouden met hun tijd mee te gaan.


Waarschijnlijk hebben in die tijd nog vele katholieken er zich iets van aangetrokken. Maar hij sprak niet meer de taal van de naoorlogse periode. We spreken 1947 als hij nog schrijft:
Wat er dan ook nog in kranten en bladen, op toneel en in bioscoop geboden wordt, is vaak zo goor, zo zinnelijk en misselijk, dat volwassen en getrouwde lieden het niet kunnen horen of zien zonder er van te blozen en hinder er van te hebben. Geen wonder dat mensen er geen boodschap meer aan hadden en dat de ontkerkelijking werd ingezet. Fabianus zou nog 18 jaar in die voor hem verderfelijke maatschappij moeten leven voordat hij op 84-jarige leeftijd stierf. Maar goed dat hij kloosterling was.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…