Doorgaan naar hoofdcontent

Vraye historie ende al waer

Deze week tussen de bedrijven door heb ik Karel ende Elegast herlezen. Ik las het anders dan destijds, tijdens de lessen Nederlands op het Gemeentelijk Lyceum te Eindhoven. Karel ende Elegast behoorde toen tot de verplichte literatuur en het was de eerste keer dat ik met een Middelnederlandse ridderroman in aanraking kwam. De docent Nederlands kende het boek uit het hoofd en ik weet nog dat wij met het boek in de hand mochten controleren of het goed was wat hij deed: Vraye historie ende al waer Maghic u tellen, hoorter naer! En het was goed... Het verhaal horen, maakte toen al meer indruk op mij dan het verhaal lezen. De magie van het gesproken woord wint het voor mij veruit van het geschreven woord. Een toneelstuk kun je lezen, maar "leeft" pas als het door toneelspelers wordt opgevoerd. Ik vind het geweldig als mij een verhaal verteld wordt. Waar mensen elkaar ontmoeten, is er een verhaal; het is de basis van elke interactie tussen mensen. Als kind luisteren wij al graag naar verhalen en sprookjes en volgens mij verdwijnt die behoefte bij de meeste mensen nooit.

De ridderromans gaan over noeste helden, over verheven jonkvrouwen, de Klassieke Oudheid of over het Verre Oosten. Het waren lange, berijmde gedichten in de volkstaal en werden aan de hoven voorgedragen ter lering en vermaak. In het geval van de Frankische of Karelromans was er sprake van epische verdichting. Karel de Grote werden allerlei avonturen en (karakter)eigenschappen toegeschreven omdat men zich graag spiegelde aan een tot de verbeelding sprekende figuur. Kenmerkend voor dergelijke hoofdpersonen en de verhaallijn waren trouw aan God, trouw aan de leerheer, moed en kracht. De vrouw had niet veel aanzien in de verhalen en werd als een soort "beloning" toegewezen aan de overwinnaar.

Mijn beeld over de middeleeuwen was romantisch. Roger Moore was 'mijn' Ivanhoe en stond model voor het leven in de middeleeuwen. Herfsttij der middeleeuwen van Huizinga had ik nog niet gelezen en ik speelde buiten gehuld in een plastic grijskleurig harnas, een helm met grote veer op mijn hoofd en een schild in mijn linkerhand en het zwaard in mijn rechterhand. Ik was niet de enige die in zo'n uitrusting rondliep; het thema 'de middeleeuwen' was helemaal "in". Om het zwaard te verstevigen (het sloeg telkens dubbel bij elke slag tegen een ander zwaard) stopten we er een stevige elektriciteitsbuis in. Geen wonder dat een ridderroman met Karel de Grote als hoofdpersoon wel aansprak bij ons.

Karel de Grote was door schrijvers van schoolboeken geportretteerd als een man met groot inzicht en een edel karakter. Hij was het per slot van rekening die scholen in het leven had geroepen en het Christendom over Europa had verspreid. Karel streefde naar een wedergeboorte van de Romeinse Oudheid. Hij standaardiseerde bijvoorbeeld het Latijn en ook zijn bouwstijl was duidelijk op de Romeinse stijl geïnspireerd. Ook liet hij zich naar goed Romeins gebruik in toga op munten afbeelden. Op de munten stond bovendien in het Latijn: ‘Karel, de verheven keizer.’

Toch was het niet Karels doel om met het aanvaarden van de keizerlijke titel de illustere Romeinse tijd te doen herleven. Door zijn keizerskroning was Karel officieel aangesteld als beschermheer van het christelijk geloof. Zijn belangrijkste missie was het dan ook om een spirituele verheffing van alle volkeren binnen zijn Frankische Rijk te bewerkstelligen. Het christelijk geloof was voor hem de lijm die het enorme rijk bond. Karel streefde bovenal naar een christelijke identiteit. Dit sprak het verzuilde Nederland aan en Karel de Grote was voor mij, onder invloed van de rooms katholieke geschiedenisboekjes en de verhalen, naast Willem de Zwijger en Rembrandt een grote Nederlander uit het verleden.

Dat Karel gruweldaden verrichtte waar zelfs IS niet aan kan tippen (zo liet hij op 1 dag ongeveer 4500 Saksen onthoofden) en met harde hand het geloof verspreidde ("geloof of sterf" was zijn devies) werd ons niet geleerd. Het feit dat het merendeel van de mensen horigen of lijfeigenen waren in eigendom van de landsheer of heerser drong nauwelijks tot ons door. Dat lijfeigenschap pas in 1781 door Keizer Josef II bij keizerlijk besluit is afgeschaft, wisten we niet. Laat staan dat we weet hadden van het feit dat in Rusland pas in 1861 zo'n besluit genomen werd. Amerika moest toen de slavernij nog afschaffen. Het is dus niet zo lang geleden dat deze misstanden nog maar heel gewoon waren. Van geschiedenis zou de wereld moeten leren, maar vaak is de geschiedenis zo gruwelijk, dat we er vooral van kunnen leren hoe het niet moet.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…