Doorgaan naar hoofdcontent

Robot Phi

Op maandag 19 september was op Radio 1 van 18.30 - 19.00 uur bij het programma Dit is de dag een discussie te horen met als thema: Horen sociale robots thuis in de zorg? De zorgorganisatie Philadelphia Zorg gaat als eerste een sociale robot inzetten voor mensen met een verstandelijke beperking. 'Een robot kan zeker weten helpen om eenzaamheid te verlichten.' zegt Suzanne Leijdekkers van Philadelphia Zorg. 'Robot Phi vervangt de mensen in de zorg niet, maar moet een toevoeging zijn op de zorg die de mensen al krijgen. (...) Als dit soort technologie een meerwaarde in de zorg kan hebben moeten we dat niet negeren.'
Haar gesprekspartner, ethicus Theo Boer, heeft sterke twijfels bij het inzetten van zo'n sociale robot: 'Een robot houdt mensen voor de gek: minder wilsbekwame mensen hebben het idee dat ze een echt mens voor zich hebben. Ik vind dat niet humaan.'

Ik vind het een boeiend onderwerp en gezien mijn ervaringen met mijn moeder, Paulette van Gulick, die vorig jaar mei overleden is, heb ik er een genuanceerd beeld bij. Een nuance die ik tijdens de discussie vooral bij de ethicus Theo Boer miste. En dat viel me een beetje tegen voor een erudiet persoon op dit gebied. Natuurlijk is een live discussie altijd een momentopname en kan het zijn dat de gesprekspartners niet al hun argumenten in de strijd kunnen werpen. Toch ging Theo Boer naar mijn mening voorbij aan het feit dat in sommige omstandigheden mensen, hoe goed ze het ook bedoelen, machteloos staan tegenover een patiënt voor wie een andere werkelijkheid is gaan gelden.

Op dit moment heb ik voldoende afstand tot de situatie rondom mijn moeder, die gaandeweg wilsonbekwaam werd en dat lange tijd voor de buitenwacht kon verbloemen. Door deze ervaring, en door gesprekken die ik met leeftijdgenoten in vergelijkbare omstandigheden heb gevoerd, heb ik het inzicht gekregen dat voor mensen als mijn moeder langzamerhand andere regels gelden dan bij hen die als normaal door het leven gaan. Het geestelijk en lichamelijk aftakelingsproces ging geleidelijk aan en was aanvankelijk alleen voor hen zichtbaar die dicht bij haar stonden en voor wie de kleine veranderingen telkens opvielen. Vooral als ik foto's terugkijk uit die periode en geluidsopnamen beluister die ik heb gemaakt van gesprekken met haar, dan ervaar ik hoe ze langzamerhand afgleed van een zelfstandige vrouw die de regie kon voeren over haar eigen leven, naar iemand die weliswaar nog zelfstandig thuis woonde, maar de regie volledig kwijt was geraakt, leed onder regelmatige psychoses en die menselijk contact onmogelijk maakte. Op papier ziet het er allemaal geweldig uit: vrouw van 81 jaar die zelfstandig thuis woont en waarbij de zorg driemaal daags langskomt om een oogje in het zeil te houden. In het politieke jargon was Paulette een model-oudere; iemand die tot bijna de laatste snik de regie over haar leven voerde. Maar tegen het eind van haar leven voerde ze hele gesprekken met de radio, kon ze niet meer voor zichzelf zorgen en wilde ze niets meer weten van mensen rondom zich heen. We stonden machteloos, verbijsterd en verlamd aan haar zijde.We waren blij met elke vorm van contact met haar, maar een redelijk gesprek was het laatste jaar van haar leven niet echt mogelijk. Laat staan dat zij beslissingen kon nemen die in haar belang waren. Het erge aan de situatie was dat ze telkens belangrijke beslissingen moest nemen aangaande haar gezondheid.

De argumenten van Theo Boer waarbij hij uitgaat van het principe dat menselijk contact altijd te prevaleren is boven al het andere, gaan niet altijd op in een extreme toestand als bij mijn moeder. En zij is niet de enige met deze problematiek! Sterker nog, ik denk dat we dit soort situaties in de toekomst vaker tegen  zullen gaan komen. Mijn generatie kan nog voor de nodige problemen gaan zorgen, zeker als we 130 jaar kunnen worden en ondanks alle voornemens geestelijk niet meer in staat zijn om zelf de juiste beslissingen te nemen. Ik zou ervoor tekenen dat, naast de maximale ondersteuning die thuiszorg kan verlenen, een sociale robot mij in die omstandigheden gezelschap kan houden en eventuele problemen kan signaleren en doorgeven. Daarbij neem ik dan maar op de koop toe dat ik ''voor de gek" word gehouden. Ik zie dat niet als inhumaan, maar beschouw het als vooruitgang en ik juich de experimenten met robot Phi van harte toe.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…