Doorgaan naar hoofdcontent

Het agoramodel


Ik lees met plezier en grote aandacht het boek Het agoramodel van René Gude. Beter gezegd, het is een boek dat na zijn overlijden op 13 maart 2015 is samengesteld door Florian Jacobs, Erno Eskens en Peter Henk Steenhuis. Zij hebben de uitgeschreven gesprekken die zij met Gude hadden en teksten van hem als uitgangspunten genomen voor dit boek. Het agoramodel van Gude was bedoeld als ‘eerherstel van al die grote projecten die we met elkaar ondernemen’. Een eenvoudig overzicht van ons totale sociale bestaan; ‘zo goed en zo kwaad als het ging in een heldere structuur geplaatst’.

Kitty had het boek bij Avans gekregen in verband met een studiedag over Bildung in Amersfoort. Het boek is dun, maar er staat veel in waar je lang over na kunt denken. Gude begint zijn boek met de beschrijving van het opstarten van zijn computer iedere ochtend. De computer voert telkens een integrity check uit om te controleren of alle templates of sjablonen wel met elkaar in verbinding staan. Dit is voor hem aanleiding om zich af te vragen of we dat zelf ook weleens doen. ‘Leggen we de sjablonen van onze belangrijkste levensgebieden weleens op een rijtje om in stille overweging hun verbinding te zoeken?’ Te weinig, stelt Gude en hij maakt een aanzet om tot een viertal lagen te komen (quadruplex) om de complexiteit van de wereld terug te brengen tot een persoonlijke en een maatschappelijke laag die hij dan weer opsplitst in een privé laag (familie en vrienden), een private laag (collega’s en klanten), een publieke laag (vrij van iedere verplichting maatschappelijk verantwoordelijk te zijn) en een politieke laag (waarin je politiek bijdraagt aan de wetten waaraan we ons moeten houden). Deze 4 p’s vatten dus onze dagelijkse activiteiten samen in vier levenssferen.

In het agoramodel worden de instituties in de Griekse wereld van 700 tot 300 voor het begin van onze jaartelling als nulpunt genomen voor een blik op de huidige samenleving. De agora was de centrale publieke ruimte in alle stadsstaten in de oudheid en tegelijk het fysieke marktplein voor de handel, het onoverdekte parlement voor de politiek, de openluchtrechtszaal en de plaats waar je nieuws kon horen. Rond de agora stonden min of meer besloten verzamelplaatsen waar trainingsprogramma’s konden worden gevolgd om burgerdeugden te beoefenen. Filosofie en wetenschap in de academie, kunst in het theater, sport in het stadion en religie in de vele tempels.

In de ogen van Gude is er sindsdien niets wezenlijks veranderd. Je hoeft maar naar de namen van de krantenkaternen en tv-rubrieken te kijken om te zien dat dit klopt. Sport, Cultuur, Filosofie/ wetenschap en Religie vormen naast nieuws hier een aanwijzing voor. Ondanks het feit dat onze maatschappij complexer is geworden op de onderscheiden gebieden, bestaat er ‘een vruchtbare spanning die van alle tijden is’. Vier levenssferen voor het dagelijkse bestaan (privé, privaat, publiek en politiek) en vier trainingsprogramma’s om de vrije tijd te organiseren (religie, sport, kunst en filosofie/wetenschap). ‘Dat is alles’ stelt Gude tevreden vast; we leven in privéhuizen, werken in private gebouwen, organiseren onszelf rond publieke gebouwen en besturen de samenleving vanuit politieke gebouwen. En om het leven in deze vier levenssferen goed te laten verlopen, trainen we ons in de tempel, de sportschool, het theater en de academie.

Waar Thomas More met zijn Utopia een sociale satire schreef en daarbij ook filosofisch een ideaalbeeld schetst en Comenius een fictieve stad beschrijft om vlijmscherp de zwakheden van mensen vast te leggen, gebruikt Gude het beeld van de Polis met zijn agora juist wel om een model voor praktisch gebruik te schetsen. Het spreekt mij wel aan, alleen worstel ik nog met het idee dat binnen de vier levenssferen terreinen zijn waar ik wel en waar ik geen invloed op kan uitoefenen. Op een of andere wijze mis ik in het model de lagen van mijn invloedssferen. Deze zijn van wezenlijk belang doordat zij de kaders voor al mijn handelen zijn. Hoe die in het beeld van de stad passen, is me nog niet duidelijk maar mijn denken heeft weer een enorme impuls gehad. Ik kan eenieder het boek aanbevelen.


René Gude: Het agoramodel, De wereld is eenvoudiger dan je denkt. 1ste druk ISVW Uitgevers, Leusden 2016. ISBN 978949-1693-54-0

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…