Doorgaan naar hoofdcontent

Zin en tegenzin

Onze kleinzoon is niet lang geleden geboren. Onze jongste dochter en haar man zijn de ouders. Ik had het van de daken willen schreeuwen, zo blij was ik met zijn geboorte. Ons jongste kind was nu moeder en als ik zie hoe beide ouders naar zijn geboorte hebben toegeleefd, kan het niet anders dan dat ik met hen heb meegeleefd en blij voor ze ben. Wij zijn al grootouders van een kleindochter, dus de verandering was voor ons nu niet zo groot als twee jaar geleden, maar het blijft een bijzondere gebeurtenis.

Onze beide dochters staan anders in het digitale tijdperk dan ik. Waar ik graag ervaringen met de buitenwereld deel, staan zij daar veel gereserveerder tegenover. Ik krijg voortdurend instructies bij belangrijke gebeurtenissen in mijn leven die ook hen aangaan om het vooral niet op Facebook te zetten en dat gebeurt op een dusdanig vriendelijke, doch doordringende wijze, dat het een persoonlijke inbreuk op wederzijds vertrouwen is, als ik het wel zou doen. Dus verschijnen er geen berichten op Facebook en zijn er nergens foto's te vinden over het huwelijk van beide dochters of over de geboorte of het leven van de kleinkinderen. Ik heb daardoor het gevoel dat ik een belangrijk deel van mijn leven niet beschrijf of verwoord. Ik snap en respecteer hun motieven en beweegredenen om gereserveerd te staan ten opzichte van Facebook en besef dat ik misschien naïef met de sociale media omga. Maar ik schrijf toch geen kwetsende of compromitterende zaken over onze (klein)kinderen en wil niks anders dan het beste voor hen?!

Ik vraag me af hoe de kleinkinderen dit later zullen interpreteren. Als ze mijn blogs en berichten lezen, komen ze daarin allerlei persoonlijke levensgebeurtenissen en -ervaringen tegen, maar er is weinig over hen te vinden. Geen woord over mijn ervaringen of gevoelens ten opzichte van mijn kleinkinderen, nauwelijks verwijzingen of toespelingen, geen foto's... het is alsof zij voor mij geen onderwerp zijn in mijn doen en laten. En dat, terwijl mijn blogs ook gaan over persoonlijke aangelegenheden. Daar horen zij (de kleinkinderen) natuurlijk nadrukkelijk bij. Het is een "gat" in mijn digitale leven en ik ervaar het als een gemis dat ik er mijn mond over moet houden. Heel mijn leven ben ik tegen censuur geweest en streef ik naar een zo optimaal mogelijke vrijheid van meningsuiting, voor iedereen. Ik zal het niet in mijn hoofd halen om mijn kinderen of iemand anders op te leggen wat zij wel of niet mogen schrijven of delen. En op dit gebied laat ik me nu inbinden en ik merk dat ik er moeite mee heb.

Wat maakt het schrijven van de blog dan eigenlijk zo belangrijk voor mij? Waarom wil ik wel over mijn kleinkinderen schrijven? Waarom deel ik wat ik deel met de buitenwacht? Is het een vorm van "bewijzen" aan het nageslacht dat je er bent (geweest)? Zijn mijn gedachten zo belangrijk dat ik de drang heb om ze met de buitenwereld te delen? Is het uit een angst om dood te gaan en het feit dat er dan niets van je overblijft dat aan je zal herinneren? Ik merk dat de blog voor mij een ideale manier is om mijn gedachten te ordenen; om zodoende mijn leven zin te geven. En zingeving is voor iedereen belangrijk.

Ik deel de mening van Gude dat religie en filosofie wezenlijke trainingsprogramma's binnen onze leefsferen zijn. Het feit of je gelovig bent of niet, is daarbij niet relevant. Het religieuze denken kun je ook als verschijnsel, als object, beschouwen. In mijn deels streng katholieke opvoeding was zingeving trouwens eenvoudig en goed geregeld: Waartoe zijn wij op aarde? Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn. Maar er vielen mij daarbij al snel enkele variabelen in die dogma's op die me aan het denken hebben gezet. En naarmate ik meer heb gelezen, overdacht en met anderen heb gedeeld, is deze manier van zingeving voor mij afgevallen.

Het leven op zich is volgens mij zinloos en wij, mensen, zijn zelf verantwoordelijk voor de zingeving ervan. Het feit dat ik het woord zinloos gebruik, wil niet zeggen dat ik nu lethargisch door het leven ga. Integendeel, ik bruis van de energie en heb zin in het leven. Het gaat me om het feit dat ons bestaan een mysterie behelst dat wij nooit zullen kunnen doorgronden. De zingeving zal dus vanuit onszelf vorm moeten krijgen, dat is onze opdracht in het leven. Religie hoort in dit kader voor mij tot deze categorie van zingeving die door ons, als mensen, bijna letterlijk in het leven is geroepen om een verklaring te vinden voor hetgeen door ons nooit begrepen zal worden. Wij hebben religie in het leven geroepen, maar daarom is het niet minder relevant of belangrijk. Religieus denken is een manier om zin te geven aan je bestaan. Het is opvallend dat bij bijna alles wat wij in het kader van zingeving bedenken, het collectieve element, onze sociale inborst, een belangrijk kenmerk is.

Het schrijven van een blog is voor mij een manier om me in de publieke ruimte te begeven. Reacties die ik op mijn blogs krijg, houden mij scherp. Door mijn blogs te schrijven, orden ik mijn gedachten en geef ik letterlijk zin aan mijn leven. Ik denk bewust na over wat ik belangrijk vind en hoe ik dat een plaats geef in mijn leven. Mijn (klein)kinderen, mijn familie, vrienden en mijn sociale leefomgeving horen daar als vanzelfsprekend ook bij. Door op te schrijven wat ik denk en ervaar, dwing ik mezelf stil te staan bij wat ik doe en kom ik toe aan het (her)ijken van mijn standpunten en overtuigingen. Het is de regelmatige integrity check om te controleren of ik nog in verbinding sta met mijn normen en waarden. En ach, als mijn dochters niet graag hebben dat ik mijn ervaringen met de kleinkinderen met de buitenwereld deel, zal ik me daaraan conformeren; zij het met tegenzin. De kleinkinderen zijn er in ieder geval voor mij niet minder belangrijk door.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…