Doorgaan naar hoofdcontent

Wat kunnen we van iemand als Cleveringa eigenlijk leren?

De Nederlandse rechtsgeleerde Rudolph Pabus Cleveringa (1894-1980) hield op 26 november 1940 een openbare protestrede. In die rede protesteerde hij tegen het ontslag van Joodse collega's. Door het invoeren van de  Ariërverklaring wilde de Duitse bezetter namelijk af van joden in openbare functies. Wie de verklaring niet wilde ondertekenen werd ook ontslagen. Er was dus een behoorlijke stok achter de deur om het wél te doen en het vergde de nodige moed om een protest uit te spreken.

Cleveringa was hoogleraar aan de universiteit van Leiden en vanwege het ontslag van tien docenten, onder wie twee hoogleraren, zag hij het als zijn morele plicht om zijn protestrede uit te spreken in het Groot-Auditorium van de universiteit. De avond voordat hij de rede zal gaan houden en hij met zijn vrouw Hiltje thee drinkt, schrijft hij in zijn dagboek:

"Het was een laatste avond van stil huiselijk geluk; maar er was een grote ernst in ons beiden. De zenuwachtige opwinding was uit mij; maar ernstige, welberaden zekerheid was er voor in de plaats gekomen. Ik wist wat mij te doen stond; maar ik wist ook dat ik gevaar ging lopen." (Uit: Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Dr. L. de Jong, deel 4-II, pagina 739)

Cleveringa ging de dag van zijn rede met een ingepakte koffer naar de universiteit. Hij hield er rekening mee gearresteerd te worden. Een dag later werd hij dan ook gearresteerd en tot de zomer van 1941 verblijft hij in het huis van bewaring in Scheveningen. Na de oorlog keert Cleveringa terug als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Leiden. De lezing is in zijn geheel hier te lezen.

Vandaag las ik in een column van historicus en publicist Bart van der Boom in de Volkskrant. Terecht wees hij erop dat het schandalig is dat toen Geert Wilders in augustus van dit jaar zijn voornemen bekend maakte om de Koran te verbieden en alle moskeeën en islamitische scholen te sluiten, nauwelijks verontwaardiging te bespeuren was. Hij stelt dat het Cleveringa ten diepste zou schokken "dat de natie die ooit een heilig ontzag koesterde voor vrijheid van religie, nu nauwelijks opkijkt van een zo kwaadaardig voorstel als de vervolging van een compleet geloof." Klaarblijkelijk is het in onze maatschappij bonton geworden om tot op heden gerespecteerde en normaal gevonden fundamentele normen en waarden schofferend ter zijde te schuiven. Andersdenkenden worden zonder enige scrupules bedreigd en uitgesloten. Dit terwijl de tolerantie in onze democratie, datgene waar Cleveringa voor streed, juist bestaat uit het tolereren van groepen die je niet zo mag of waar je het misschien zelfs fundamenteel niet mee eens bent. Ik hou mijn hart soms vast over hoe dat zich in onze maatschappij zal ontwikkelen. Als we als maatschappij op deze wijze doorgaan, kan het bijna niet anders dan dat het helemaal uit de hand gaat lopen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…