Doorgaan naar hoofdcontent

Het verhaal van Paulette 3

Mijn jeugd (vervolg)
Als je vakantie had, ging je naar huis en onder de grote vakantie kon je, als je ergens bij was (bij de "Roodkapjes" bijvoorbeeld), terugkomen. Dan deden we van alles met elkaar: in de bossen, spelletjes en we gingen overal naar toe. Ik kan niet zeggen dat ik een slechte jeugd heb gehad. Het eten was er goed, alleen ge moest 's morgens aan lange tafels zitten en soms kreeg je ranzige boter en dat lustte ik niet. En dan moest je dat toch eten, maar dan regelden we dat wel. Er was een surveillance-zuster en als die weg was, werd dat doorgegeven aan wie dat wel lustte. En dan moesten we stil zijn. We hadden ook recreatie; zo kon je op de speelplaats rolschaatsen, trefballen en zo. Ik ben er met Damiaan nog eens geweest en met jullie ook. Ik zei: "Kom, laten we er eens gaan kijken, waar ik op school ben geweest." Met Damiaan ben ik naar binnen gegaan. Toen hadden ze er geen zusterkleren meer aan. De oudere zusters waren al dood. Ik vroeg of de vestiaire nog bestond want ik had nummer 51. Dat was nog precies op dezelfde plaats.

In die vestiaire moesten we destijds onze jas hangen. We hadden ook zo'n grote kist, oh... zo groot als deze tafel... Die had nonkel Felix gemaakt, die was timmerman. De ene helft was voor mijn zus en de andere voor mij. Nonkel Felix was de man van tante Lena. Die heb jij niet gekend. Die was uit het begin dat van die niertransplantaties werden uitgevoerd. En zijn dochter, Annie, die had zo'n ziekte: albumine. Hierbij werken de nieren niet meer goed. En toen zouden ze de nieren transplanteren. Ze hebben toen iedereen onderzocht en alleen nonkel Felix was goed om een nier te doneren. En toen zijn ze beiden overleden... Ze lagen samen in zo'n bed. Tsja, het was toen gebeurd met ze... Tegenwoordig is het heel anders... Zij waren een van de eersten zo... En Annie had 1 kindje en die man is hertrouwd. Monique heette dat kind... Tante Lena heeft daar veel van geleden. Hun dochter... en toen is die man na zijn hertrouwen toch altijd blijven komen bij tante Lena.

De vader van Paulette:
Petrus Joannes Serroeyen
De oorlog
Toen het oorlog was, moesten wij maskers op naar school, zo voor onze mond. Er lagen veel Duitsers en dan was het akelig als er V1's overkwamen. Wat mijn vader in die tijd precies deed weet ik niet. Hij was een heel vriendelijke en vrolijke man en had altijd goede zin. Je hoorde hem altijd al van verre aankomen, want hij floot altijd. Hij ging naar de boeren op de fiets met een grote korf en een carbidlamp. Ik moest hem daar weleens bij helpen. Die lamp heb ik nog, daar kon ik geen afstand van doen. Die moest dan schoongemaakt worden en dan deed hij er nieuwe carbid in. Hij slachtte vee bij de boeren, want dat durfde niemand. Hij werd er dan altijd speciaal bij geroepen, want hij kon dat zonder dat de beesten veel pijn leden. Mickey's vader had ook beesten, maar die liet het slachten altijd aan onze pa over. Nou, die deed dat dan, maar hij moest dan wel een stuk vlees hebben want bij Mickey hadden ze toch genoeg. Die hadden namelijk altijd heel veel. Maar wij hebben ook nooit iets tekort gehad; zo ging dat vroeger, Paul.

Mijn vader ging 's ochtends vroeg op de fiets weg naar de boeren om te handelen en dan kwam hij 's avonds rond een uur of vijf/zes terug thuis. Ik ben ook weleens meegereden en dat vond hij prachtig om met zijn dochter overal naar toe te gaan op de fiets. Helemaal door de bossen... En dan kregen we van alles bij die boeren: melk, een boterham... Als hij geslacht had, kreeg hij overal een stuk vlees mee: van de geit, van een schaap, van een koe... Omdat hij altijd vlees en veel geld op zak had, had hij een stok met een lus eraan, een ploertendoder, voor het geval ze hem zouden beroven. Daar had hij toestemming voor. Hij was dan bang dat ze spullen van hem zouden afpakken. Het was toen een heel bezit wat hij bij zich had. Het was geen domme man, niemand bij ons trouwens...

De moeder van Paulette:
Maria Chatharina Molemans
Mijn vader kreeg ook veel bestellingen voor kippen en zo. Die moest hij dan slachten en schoonmaken. Dat plukken deden hij en mijn moeder dan rond de tafel. Dat moest héél precies. Er mocht geen stoppeltje in blijven zitten. En mijn moeder deed dan de levertjes, het hart, de maag en het nekje in een zakje. Dat moest in de kip worden gestopt en dat werd streng gecontroleerd. Dan werd alles met touwtjes aan elkaar gebonden en dat ging dan naar Antwerpen en was onze pa weg voordat wij wakker waren. Hoe hij dat allemaal meenam, weet ik niet... in een grote tas of zo... ja, het was een handelaar. Hij ging vrijdags en zaterdags met de trein naar Antwerpen toe om handel te drijven en dan gingen wij hem afhalen. Hij bracht dan voor ons garnalen mee (ik zou het nu niet meer lusten). Zo verwend waren wij.

In de oorlog hebben wij ook nog vluchtelingen uit Antwerpen in huis gehad: Julien van Broekhoven met zijn moeder uit de Lange Ruusbroecstraat 73. Daar ben ik later zelfs nog op vakantie geweest ook. Die moesten vluchten omdat de V1's daar neerkwamen. In de oorlog gingen zij af en toe terug naar Antwerpen om te kijken of hun huis er nog stond.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…