Doorgaan naar hoofdcontent

Het verhaal van Paulette 7 (Slot)

Weer thuis
Eenmaal thuisgekomen, ben ik geleidelijk aan opgeknapt. En toen kreeg ik jou niet terug van ome Frans? Afschuwelijk? "Nee," zei Frans, "ons Sjaan is eraan gewend en Paul hoort hier thuis." Ja, maar dat kan niet, hè?! Paultje is van mij. Dat was me nou ook weer wat, Paul? Ze hebben me wat afgeleurd met jou hoor! afschuwelijk! Frans zei: "Als we hem brengen (en dat ging de eerste keer niet goed omdat ik moe was en dan bracht ik jou terug naar Sjaan) gaat dat niet zo. De ene dag brengen en dan weer terugbrengen. Hij blijft hier!" En Sjaan huilen en Sjaan dit en dat... ach, mens toch... Uiteindelijk ben jij dan toch terug bij ons gekomen.

Paulette met haar vriendin Mickey.
Uiteindelijk meer dan 70 jaar bevriend
We woonden toen in de Kreeftstraat 27 of 29, dat weet ik niet meer; de nummers zijn er later ook nog veranderd. We woonden naast Betsie van de Wiel en 's morgens klopte ze tegen de muur en gingen we de ene dag bij haar koffie drinken en de andere dag bij mij. Toen was het helemaal anders dan nu, helemaal anders. En mijn moeder kwam altijd en dan ging jij mee; kreeg je nieuwe schoentjes. En Mickey kwam iedere week logeren en die nam jou ook mee en dan had je weer een mooi bloesje. Dan zei ik: "Mickey, dat moet je toch niet doen! Hij heeft kleertjes zat!" "Ja, maar dat vond ik leuk," zei ze dan. Jij was een verwend ding... en een mooi kindje. Iedereen kwam in de wagen kijken. "Net een prinsje," zeiden ze dan. Dat was dan van mij, hè?! Dát heb ik dan toch maar mooi overgehouden.

En jij hebt ook veel moeten doorstaan, Paul. Ik heb nog een miskraam gehad en toen was jij een manneke van een jaar of drie. En ik ben ook nog eens geopereerd tussentijds. Daar kan ik je een verhaal van vertellen...

Toen ik met jou, Wouth eens naar de speeltuin gingen in Neerpelt, zei Wouth (ik ben er nóg kwaad om, zó kwaad? en nog!): "Paulette, gij wilt van die schuifaf. Durf je er ook op?" Ja, dat durfde ik wel. "Maar er is hier zo'n kuil. Als jullie me nou tegenhouden, want ik heb Paultje voor me op mijn schoot. (We zeiden altijd 'Paultje'!) En die hou ik altijd vast!" "Nee, ben maar niet bang. Wij houden jou wel tegen," zeiden ze. Niet dus! Ik ben gevallen en zag sterren voor mijn ogen. Ondertussen beschermde ik jou, ik had je zó vast? En jij had gelukkig niks. Ik werd hartstikke ziek. Ze hebben me op een bankje gezet en ik moest overgeven. Toen zijn we naar huis gegaan. Toen zei mijn moeder: "Wat is er toch gebeurd? Wat zie je er toch uit!" Ja, en dan moesten ze dat vertellen. Ze hebben jou toen nog helemaal nagekeken en jij had gelukkig niks. Toen ben ik terug naar Eindhoven gegaan met de EMA-bus en met de taxi, want ik kon niet meer lopen.

De dokter werd erbij gehaald en ze konden niks vinden. En toen kwam er een vervangende dokter uit Veldhoven. Betsie, de buurvrouw waar ik bevriend mee was, was er ook al bijgehaald en die had alvast de koffer klaargezet voor het ziekenhuis. Maar daar werd niet over gesproken. Toen moest ik later toch weer naar de dokter. Cor, de man van Betsie, heeft me toen met zijn auto weggebracht. Toen was ik bij dokter Berger en die onderzocht me goed. "De vervangende dokter zei dat het hersentumor is," vertelde ik hem. "Nee," zei hij, "dat is geen hersentumor. Het is iets met de eierstokken, er is daar iets aan de hand. Ga maar naar huis, hier heb je wat pillen. Ik regel het allemaal wel." Nou, ik kon de bus niet halen, Paul. Ik ben toe flauwgevallen voor de bus. Lag ik daar op de Emmasingel op straat. Hoe ik thuisgekomen ben, weet ik niet. Ja, met van die Philipstaxi's.

Ik heb op bed gelegen en toen ben ik uiteindelijk weer in het ziekenhuis terechtgekomen. Daar ben ik geopereerd. Het bleek allemaal van die val te zijn gekomen. Dat is toen gaan ontsteken en het duurde lang voordat ze wisten wat ik had. Daar ben ik toen ziek van geweest. En daar zaten toen nog van die echte ijzeren krammen in mijn buik. Tegenwoordig doen ze dat helemaal anders. Het was allemaal ontstoken en toen ben ik vastgebonden op houten planken zodat ik me niet meer kon bewegen. Ik moest namelijk onder hele warme lampen gaan liggen waar ik me aan zou kunnen branden. Nee, daar heb ik ook lang mee gelegen.

Paultjes 2de verjaardag in de Kreeftstraat
bij vader en moeder thuis
Ik heb toch wel veel meegemaakt? Ik liep zo krom als ik weet niet wat toen ik thuiskwam en toen ben jij ook weer bij Sjaan geweest. Wouth kwam jou eens achterom ophalen terwijl je aan het spelen was en zo zwart was als roet. Toen hebben ze jou gewassen en zo ben je bij mij gekomen. En vanaf toen wilde je niet meer terug naar Sjaan; als wij de straat inkwamen, begon jij al te gillen. En wij wisten niet wat jij had. "Wat zou hij toch hebben?", vroegen we onszelf af. Ja, en dan draaide ik om want ik ging niet met een brullend jong op bezoek. Zo vlug als we naar huis gingen, was het over en zodra we in de buurt waren begon je. "Waarom kom je niet meer?", vroeg Sjaan. "Ja, daar is iets," antwoordde ik, "Paultje wil niet meer. Er is iets gebeurd of zo, daar is iets. Als ik al zeg dat we naar tante Sjaan en ome Frans gaan, begint hij al..." En toen zei Sjaan dat Paultje een kraantje had opengezet en dat Frans boos op hem was. Ik ben er zeker een jaar niet geweest en toen is het geleidelijk aan weer goed gekomen. Frans gaf jou weer een frietje en dan weer een kwartje... Hij had er ook spijt van, maar die kon zo kwaad zijn... Het was een hele goede man, maar ja... Sjaan nam dat allemaal... Tegenwoordig zouden we dat niet meer accepteren. Sjaan is altijd blijven komen, maar moest dan weer vroeg weg want ze moest op tijd het eten klaar hebben staan. Ja, het was voor haar altijd Paultje hier en Paultje daar; bij Frans trouwens ook.

Toen Guido geboren was, zijn wij na een half jaar naar de Maximiliaanstraat verhuisd.

Nawoord
Hiermee eindigt het verhaal: met de geboorte van Guido in 1961. Het is een belangwekkend document voor mij geworden en ik vind het jammer dat tijdens de interviews de rest van haar verhaal niet aan bod is gekomen. Want het was natuurlijk niet alles kommer en kwel na hun slechte beginjaren samen; hoewel je dat uit dit verhaal wel zou kunnen opmaken. Paulette en Wouth hebben gelukkige tijden gekend en Paulette heeft op een geweldige manier haar rol als Bomma van onze kinderen invulling gegeven. Maar dit is wat zij mij gedurende de interviews verteld heeft.

Haar leven is in pakweg drie perioden op te delen: haar jeugd in België (13 maart 1934 tot 1955), de periode samen met Wouth (1955 tot november 1989) en "alleen" verder na de dood van Wouth (na november 1989 tot 21 mei 2015). We kunnen het er samen niet meer over hebben. Hiervoor zal ik uit eigen ervaring moeten putten; dat zal dus onderdeel van mijn verhaal gaan worden.

Paulette was geen gemakkelijke vrouw; niet voor anderen maar ook niet voor zichzelf. Zij is er echter altijd voor ons geweest en de fijne herinneringen overheersen. Het boek is gesloten, een deel van het verhaal verteld en de tijd vervaagt onze herinneringen. Ook de scherpe kantjes zijn er dan vanaf gesleten. Over een tijdje is zij niet meer dan een naam als alle andere namen van hen die haar zijn voorgegaan. Het verhaal wordt evenwel voortgezet en Paulette en ik maken deel uit van elkaars verhaal. Het was een belangrijke vrouw in mijn leven en ik hield van haar.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…