Doorgaan naar hoofdcontent

Halfjaarlijkse controle

"Ik heb zojuist op mijn kop gehad van de tandarts!" De vrouw van midden zestig komt luidruchtig de wachtkamer van de tandarts binnen waar ik en een jongeman van een jaar op 20 zitten te wachten om opgeroepen te worden door de tandarts. "Maar ja, wat wil je?", vervolgt ze, "Ik ben vroeger op de lagere school naar de tandsanering geweest. Elke jaar opnieuw in die wagen die dan voor kwam rijden op controle en telkens opnieuw boren."

Ze wacht geen reactie van ons af en ratelt op dezelfde harde toon verder. "Wisten wij veel. Ons vader en ons moeder poetsten nooit hun tanden en dat doe ik nu nog niet. Ik heb enkele broers die dat wel deden en die hebben nu allemaal een kunstgebit. Mij niet gezien. Bovendien begint het altijd hevig te bloeden als ik mijn tanden poets, dus dat kan niet goed zijn. Dan maar niet. Ik had laatst een abces in mijn mond en toen was het helemaal erg. En dan kunnen ze wel zeggen dat ik moet poetsen, maar ik kijk wel uit. Dan wordt het allemaal veel erger dan dat het is. Dat laatste verzin ik nu ter plekke, maar er zit wel een kern van waarheid in. Ik heb zojuist wel op mijn kop gekregen en daar heeft hij natuurlijk wel gelijk in dat hij dat doet, maar ik heb ook mijn redenen om het niet te doen."

Ze kijkt niet echt naar onze reacties en zo te horen verwacht te ook geen respons op haar relaas. Het is een Tilburgse vrouw en wat ik hierboven opschrijf, klinkt in onvervalst en perfect Tilburgs dialect. De jongen kijkt haar aan en knikt bevestigend; niet omdat hij het ermee eens is maar omdat hij zich geen houding weet te geven. Het maakt de vrouw niet veel uit hoe hij reageert. Ze komt op mij nerveus over maar verbloemt dat op een bijna professionele manier. Dit heeft ze vast vaker gedaan.

"Vroeger kregen we ook veel snoep en ook daar raak je aan gewend. Bovendien hadden wij het veel te druk met werken om onze tanden te poetsen. En zoals ik net al zei, ik heb nooit gepoetst en heb al mijn tanden nog, terwijl mijn broer altijd heeft gepoetst en die heeft mooi een kunstgebit. Ik wil liever mijn eigen tanden houden, dus ik doe het maar op mijn manier. Alleen mijn tandvlees doet pijn, maar gelukkig heb ik niet meer zo'n abces waar de pus uitkomt."

Ik heb me een beetje afzijdig gehouden en vraag me bijna hardop af of ik haar beleefd zal vragen hiermee op te houden. Ik heb het gevoel dat we het ergste nog niet gehad hebben en ik sta niet te kijken op de smeuïge details die nu ongetwijfeld gaan volgen. Gelukkig word ik gered door de bel en komt de mondhygiëniste de wachtkamer binnen. "Mevrouw van 't Steen?!" De vrouw krijgt een naam voor me en is daarmee meteen meer een persoon dan een karikatuur geworden. Luid pratend en met grote gebaren gaat ze met de mondhygiëniste mee naar een afzonderlijke kamer. Afgaande op haar verhaal zal er flink gepoetst en gepolijst worden. De jongeman en ik kijken elkaar even aan en gaan stilzwijgend door met lezen. Nog even en de halfjaarlijkse controle zit er weer op.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…