Doorgaan naar hoofdcontent

Reisverslag Zuid-India dag 1


Ik word wakker van het luide gekras van vogels net buiten mijn kamer in het verpleegstersgebouw van het kinderziekenhuis in Vellamadam. Na een enerverende reis die 26 uur duurde, had ik gisteravond geen enkele moeite om snel in slaap te vallen. Een reis naar Zuid-India die me niet in de koude kleren was gaan zitten. Het begon al bij Waardenburg met een file door een ongeval waardoor de A2 tussen Rosmalen en de brug van Zaltbommel dicht zat. Gerard, de man van Hanny (mijn reisgenoot), kende gelukkig wat weggetjes binnendoor. We konden zo het grootste gedeelte van de file omzeilen zodat we toch nog redelijk snel op Schiphol aankwamen. Bij het inleveren van de bagage liepen Hanny en ik €1200 mis omdat Etihad in verband met de storm van eergisteren minder stoelen had dan passagiers voor de vlucht naar Abu Dhabi, onze eerste tussenstop. Als wij een dag later zouden willen vertrekken, zouden we €600 p.p. ontvangen én hotel en verblijfkosten. Wij wilden dat wel, want dan zou de reis voor niets zijn. Helaas waren anderen ons nét voor; een kwestie van seconden. Na afscheid te hebben genomen van Kitty en Gerard kon onze reis beginnen. Vol goede moed gingen we naar Abu Dhabi en de zes uur durende vlucht verliep voorspoedig. Daar aangekomen hadden we alle tijd om rustig over te stappen op het vliegtuig naar New Delhi. Er was daar, zoals op vele vliegvelden, niet veel veranderd; we dronken koffie in hetzelfde Jazz-café als vorig jaar en we liepen langs de winkel waar je nog steeds bij aankoop van een fles whisky een gammel reiskoffertje cadeau kreeg. Het douanepersoneel was als altijd correct, maar onvriendelijk.

Eenmaal aangekomen in New Delhi begon de stress van deze reis. Wij moesten daar onze koffers op gaan halen en opnieuw inchecken omdat we vanuit daar over moesten stappen van Etihad naar Jet Air. De rechtstreekse vlucht van Abu Dhabi naar Trivandrum was die dag niet mogelijk gebleken, dus moesten we via New Delhi. De overstap zou in een uur en een kwartier plaats moeten vinden. Met een bus werden we op het snikhete vliegveld naar de douanehal gebracht. Ik ging nog even naar het toilet en terwijl ik stond te plassen, kwam de vriendelijke toiletmeneer de sensoren van de toiletten reinigen; ook de mijne, terwijl ik daar stond. 's Lands wijs, 's lands eer, zal ik maar zeggen. Een beetje ongemakkelijk voelde het wel. De toiletten waren overigens brandschoon en het stonk er niet. In de douanehal was het niet goed aangegeven waar we moesten zijn en dus sloten we bij een verkeerde rij aan "Foreign Passengers". Toen we aan de beurt waren moesten we aansluiten bij een andere rij. De klok tikte rustig voort. Iedereen die India binnenkomt, moet een vooraf aangevraagd visum en een klein formuliertje met daarop het reisdoel overhandigen. Bij de controle wordt ter plekke een digitale foto gemaakt en worden digitale vingerafdrukken afgenomen. Hier wordt door de dienstdoende douanebeambte ruim de tijd voor genomen en omdat de gesproken instructies in het Indiaas Engels gaat, duurt het lang voordat de buitenlanders begrepen hebben wat te doen. Voeg daarbij het gegeven dat van de 10 loketten er slechts vier bemand waren en dat de rij reizigers voortdurend aangroeide.

We voorzagen dat het hier wel uren kon gaan duren en we hadden in het totaal maar vijf kwartier tot onze beschikking. De rij waar wij achter moesten gaan staan, was zo'n 50 personen lang. Ik bleef dus maar bij de handbagage in de rij staan terwijl Hanny haar charmes in de strijd ging gooien om te bekijken of wij in dit uitzonderlijke geval voorrang konden krijgen. Dat had wat voeten in aarde en de overige reizigers die in de rij stonden, waren het niet eens dat wij uiteindelijk voor mochten gaan. Uitleg over onze situatie hielp niet, dus gingen we maar onbegrepen verder. Daarna het gehaast naar de bagageband, koffers ophalen, zien te achterhalen waar we ze weer moesten inleveren, inchecken (wederom voorrang zien te krijgen vanwege een superlange rij), rennen naar Gate 37b aan de andere kant van het vliegveld op de tweede verdieping en na een extra controle door een ijverige beveiligingsman bereikten we eindelijk de Gate. Met de bus naar het vliegtuig en flink bezweet konden we plaatsnemen in het vliegtuig. De beenruimte in deze binnenlandse vlucht van New Delhi naar Trivandrum was beperkt; Indiërs zijn over het algemeen kleiner. De vlucht van zo'n vier uur was hierdoor niet bijzonder comfortabel voor mij. Ik kon me nauwelijks bewegen en lopen door het gangpad was ook niet echt een optie.

Omdat we overdag reisden en ik nu aan de raamkant zat, kon ik het spectaculaire landschap onder me zien verglijden. De grote droogte viel me erg op. Eenmaal uit het vliegtuig werden we weer teruggestuurd, het vliegtuig in. We hadden een voor ons onverwachte tussenstop gemaakt in Bangalore om passagiers uit te laten en een nieuwe lading passagiers op te pikken. De uitleg van de vriendelijk hoofdschuddende Indiaanse personeelsleden was minstens zo onverstaanbaar als dat ze vriendelijk waren. Na een uur wachten konden we verder en een paar uur later dan gepland kwamen we op Trivandrum aan.

Daar stond Durai (de vaste chauffeur die ik nog van de vorige keer kende) op ons te wachten met een gloednieuwe Toyota SUV. De ontvangst was hartelijk en na een altijd spectaculaire autorit van drie uur kwamen we in Vellamadam aan. De manier waarop hier het verkeer geregeld is, kun je het best omschrijven met het woord "bijzonder". Een rotsvast vertrouwen in reïncarnatie óf geloof in een hiernamaals maakt dat er risico's worden genomen, die je zelf niet licht zult nemen. Op smalle, slecht onderhouden en verlichte wegen halen de verkeersdeelnemers elkaar luid claxonerend en met doodsverachting links en rechts in. Scooters met hele gezinnen erop gaan slingerend door het overige verkeer heen. In moordend donkere gedeelten doemen ineens voetgangers uit het niets op en het verbaast me dat we zo weinig ongelukken tegenkomen. Dit ondanks het feit wat wij, net als vele anderen met 80 tot 90 kilometer per uur door smalle en slingerende straten rijden. Rest ons niets dan vertrouwen te hebben in de voorzienigheid en blij te zijn als we weer veilig aangekomen zijn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Non-conformisme

Ik heb een zwak voor mensen die zich non-conformistisch opstellen. Zij geven onze wereld kleur en zorgen er telkens voor dat ons referentiekader wordt doorbroken, gewild of ongewild. Zo kan ik veel plezier beleven als product en functie door non-conformisten worden losgekoppeld. Bekende voorbeelden zijn natuurlijk Duchamp met zijn pissoir, zijn kruk met wiel of Picasso met zijn zadel en fietsstuur. De kunstenaar koppelt de onderdelen los van hun functie en er ontstaat een nieuwe realiteit waarbij het nieuwe beeld een andere betekenis krijgt. Het is maar hoe je naar de diverse onderdelen kunt kijken.

De kunstenaar is volgens mij niet op zoek naar nieuwe functies of nieuwe beelden. Hij gebruikt wat hij in zijn omgeving ziet. Picasso ging bijna associatief te werk. Ik heb thuis de DVD "Le Mystère Picasso" en daarin is te zien hoe Picasso van het een op het ander komt. Hij produceert omdat hij niet anders kan, het ligt in zijn aard opgesloten om met beelden bezig te zijn.

Nieuwe…

Omdenken, het overwegen meer dan waard

Omdenken is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken. We kunnen door omdenken anders tegen problemen aankijken. Dit omdenken is voortgekomen uit het besef dat wij zelf onderdeel van het probleem zijn. Problemen bestaan namelijk als wij het moeilijk vinden om het beeld van wat het zou moeten zijn los te laten, om open te staan voor wat is of zou kunnen zijn. Uitgangspunt bij omdenken is dat als we het gevoel hebben dat we steeds vaster in het probleem draaien als we op een bepaalde manier op de werkelijkheid drukken, we beter eens de andere kant op kunnen bewegen. Omdenken levert vaak verrassende inzichten op en is eigenlijk niet meer of minder dan het stoppen met het zogenaamde vastdenken.

Als je handelen baseert op iets wat je níet wilt (een probleem), is de kans groot dat je in een neerwaartse spiraal belandt. Je bent dan als het ware bezig aan het dweilen met de kraan open. Bovendien is er meestal sprake van het waterbed-effect: druk ergens op het waterbed en ergens and…