Doorgaan naar hoofdcontent

Reisverslag Zuid-India dag 4

Midden in de nacht merk ik dat de airco uitstaat en de fan niet meer draait; nat van het zweet word ik wakker door de hitte. De elektriciteit blijkt niet meer te werken. Er bestaat hier een ingenieus systeem dat elektriciteit opwekt met behulp van water. Hoe het precies werkt weet ik niet maar als gevolg van de enorme droogte werkt het dus met haperingen. Dat weet ik nu uit eigen ervaring. Johnson moet dan uit zijn bed om de generator aan te zetten bij de ingang van het terrein en ook dat gebeurt met de nodige haperingen. Hierdoor zit ik die nacht twee keer recht overeind in mijn klamboebed omdat de airco en de fan telkens met veel lawaai aangaan als er weer stroom is. Ook hier wordt om 05.00 uur tot gebed opgeroepen en schalt de muziek over de prachtige en uitgestrekte lotus- en rijstvelden. Bij navraag leer ik dat de Indiërs dit minder erg vinden omdat de meesten rond dit tijdstip opstaan om aan de dag te beginnen. Tegen 22.00 uur ligt hier een meerderheid op één oor. Gelukkig slaap ik weer gemakkelijk in en word ik om 07.30 uur wakker. Even bijkomen en wassen, om vervolgens mijn verslag van dag drie te schrijven.


Om 08.30 uur eten we gezamenlijk met Johnson en gaan we met hem naar het centrum voor gehandicapte kinderen en jongeren te Chettikolan. We waren hier vorig jaar februari ook al geweest en hebben toen veel speelgoed gegeven. Nu konden we de kinderen met het speelgoed zien spelen en met Johnson constateren dat het centrum wel erg klein en donker is voor zoveel kinderen met uiteenlopende en vooral ernstige beperkingen. Dit is een studielaboratorium voor een ieder die zich met gedragsproblemen en leer- en ontwikkelingsproblemen bezighoudt. Je ziet hier kinderen met autisme en/ of ADHD rondlopen die je in deze vorm bij ons niet gemakkelijk zult tegenkomen. We spreken er over projecten die daar in de toekomst ondersteund zouden kunnen worden. Via een toeristische route langs de oceaan gaan we terug naar Mylaudy en bekijken Hanny en ik nog de steengroeve die zich naast het orthopedische instituut ligt. Daarna gaan we lunchen met Johnson en de directeur van het kindercentrum in Chettikolan. Na de lunch zijn we door Durai opgehaald en gingen we terug naar Vellamadam. Eenmaal terug moesten we vrijwel meteen naar het meisjescentrum achter het ziekenhuis. We gaan er te voet met tussentijdse hulp van vriendelijke Indiërs bijna rechtstreeks naar toe. Grappig om te merken dat je creatief wordt als je geen Tamil spreekt en met hand- en andere lichaamsgebaren de weg moet vragen. Eenmaal bij het gebouw worden we door drie van de vier zusters van de heilige Joseph van Lyon hartelijk ontvangen. De vierde zuster Mary was op reis naar een ander convent. Ik was erg onder de indruk van het goede werk dat deze zusters verrichten. Vanuit de regels van hun congregatie zetten zij zich in voor rechtvaardigheid en vrede. Hun symbool is dan ook een witte duif die de letter 'A' van het laag geschreven woord 'War' verplaatst naar het hoger gelegen woord 'Peace' in de tegenoverliggende rechter bovenhoek. Dit doen ze door verbinding te zoeken met de gemeenschap en in zichzelf. Hun grote voorbeeld is zuster Moeder Theresa en een van hen, zuster Mary Celina (78), heeft haar tweemaal ontmoet en gesproken. Zuster Magdaline (69) was een leerling van zuster Mary Celina en zuster Celine (38) was met afstand de jongste van het Vansantham Convent in Vellamadam. Ik vroeg hen naar de wijze waarop zij zich van hun roeping als zuster bewust werden en ik was benieuwd naar hun godsbeeld. De zusters spraken vrij en deelden open hun persoonlijke verhaal met ons, zonder terughoudendheid.


Samen met twee van hen gingen Hanny en ik met de tuk-tuk (in India overigens 'auto' genoemd, in tegenstelling tot de vierwieler 'car') naar Nagercoil. Daar gingen we voor de meisjes wat spullen kopen in de stad. Hanny zat met zuster Celine in de 'auto' en ik deelde een 'auto' met zuster Mary Celina. Het was spitsuur en dus had de rit veel weg van het computerspelletje 'Super Mario'. Slingerend, toeterend en met een zo hoog mogelijke snelheid bereikten we over slecht onderhouden wegen na een half uur Nagercoil. 15 meisjes mochten binnenkort even terug naar hun families en hadden geen koffers om hun spullen in te stoppen. Bovendien hadden 21 kinderen geen behoorlijk schoeisel. Van het geld dat leden van het JeroenBoschKoor hadden gegeven, hebben we deze spullen gekocht, evenals notitieboekjes die ze nodig hadden voor in de lessen.
Het was alweer donker toen we terugkwamen bij het meisjescentrum. De handelaar kwam per motor met zijn hulp die achterop de motor zat met een grote plastic zak met allerlei soorten en maten slippers in zijn handen. Een voor een pasten de meisjes de slippers totdat iedereen, op één na, voorzien is; dat laatste meisje zou morgen nieuwe krijgen. De kinderen waren dol van vreugde toen ze de slippers aan hun voeten hadden en voerden een 'show' op vol zang en dans. Één meisje vertelde haar gruwelverhaal aan ons en de andere meisjes: afkomstig van Dalit-ouders, moest ze elke dag verplicht gaan bedelen en kreeg ze slaag en geen eten als ze zonder geld thuiskwam. Ze was nu gelukkig in het meisjescentrum en wilde er niet meer weg. En dan te bedenken dat ieder van de meisjes daar soortgelijke ervaringen heeft.
Ons bezoek eindigde met het uitdelen van de koffers en notitieboekjes. Opvallend was de vreugde die van de gezichten van de meisjes afstraalde. Met een vertraging van 30 minuten gingen we om 20.30 uur met de 'auto' weer terug naar het ziekenhuis. Met een eenvoudige doch voedzame maaltijd sloten we samen met Hieronymus de dag met een voldaan gevoel af.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…