Doorgaan naar hoofdcontent

'Ik slaap beter dan de lul van de paus.' (Jhon Jairo 'Popeye' Velásquez)

Foto: Fabio Cuttica
In de Volkskrant staat vandaag een bijzonder interview met Colombia's grootste knuffelcrimineel: Jhon Jairo 'Popeye' Velásquez, rechterhand van maffiabaas Pablo Escobar. Hij heeft 23 jaar in de gevangenis gezeten en loopt nu weer vrij rond. 'Hij bracht zeker 250 mensen om het leven, onder wie zijn eigen vriendin. Als chef van Escobars huurmoordenaarsleger gaf hij opdracht tot zo'n drieduizend moorden. Velásquez ontvoerde en martelde tal van hoogwaardigheidsbekleders, pleegde bomaanslagen, beraamde de moord op presidentskandidaat Luis Carlos Galán en was betrokken bij de aanslag op een vliegtuig waarbij 107 passagiers omkwamen.'

Velásquez is na 23 jaar weer op vrije voeten gekomen en wordt geadoreerd in Colombia. Het kan verkeren... Omdat hij zichzelf heeft aangegeven, kwam hij er met 23 jaar vanaf. Zijn slachtoffers hebben het met hun leven moeten bezuren. Het is schokkend om te lezen hoe deze criminelen bewonderd worden en populair zijn als een Al Capone of Bonny & Clyde. Maar ja, Willem Holleeder werd bij ons op de publieke zender ook uitgenodigd om zijn zegje te doen bij Collegetour. Als de jounaliste Marjolein van de Water Velásquez vraagt of zijn geweten weleens opspeelt, antwoordt hij: 'Ik slaap beter dan de lul van de paus.'

Onlangs zag ik op tv een gematigde Amerikaanse misdaadserie over een speciale politie eenheid. De vrouw van de politieman was door misdadigers gegijzeld en opgesloten in een luchtdichte kast. De lucht zou opraken als niet aan de eisen van de misdadigers zou worden voldaan. De vrouw overleed; de reddingsactie kwam net te laat. Het gemak waarmee de bad guys werden gedood zonder dat er verder bij stil werd gestaan of dat het in de verhaallijn is opgenomen, verbaast mij telkens weer. Het leven van de 'slechterik' doet er dus niet toe. Afhankelijk van het subjectieve oordeel of iemand 'goed' of 'slecht' is, kun je doden zonder dat het ertoe doet. Het maakt dus uit aan welke kant van de lijn je staat of je het doden acceptabel vindt of juist niet. Het lijkt een open deur, maar volgens mij realiseren we het ons te weinig als we het in de realiteit van alle dag tegenkomen.

Dagelijks komen op tv nieuwsflitsen, series, documentaires en films voorbij waarin mensen gedood worden of reeds gedood zijn. Op het journaal en in documentaires zien we aanslagen, executies en oorlogshandelingen waarbij mensen om het leven komen. In series en films strijden goeden en slechten tegen elkaar op leven en dood. De toeschouwer wordt in alle gevallen in een verhaallijn meegenomen en zodoende in een positie gemanoeuvreerd dat hij uiteindelijk net zo onverschillig ten opzicht van de dood van de slechterik staat als Jhon Jairo Velásquez ten opzichte van zijn slachtoffers.

Wat voor de een 'n terrorist is, wordt door de ander een vrijheidsstrijder of martelaar genoemd. Iedereen neemt bij wandaden een positie in die de betreffende vreselijkheden rechtvaardigt; het maakt uit aan welke kant van de lijn we staan. Ik wil de wandaden niet begrijpen, noch van de goeden noch van de slechten. Ze zijn volgens mij nooit te rechtvaardigen, van welke kant je het ook bekijkt... waar je ook staat... Ik geloof in andere oplossingen voor problemen dan het gebruik van geweld. Misschien wel omdat ik in de luxe positie verkeer dat ik me dat kan veroorloven.

Reacties

Dennis (tenor JBK) zei…
Ik moest ook twee keer kijken toen ik de aankondiging van het artikel gisteren zag. Het contrast van het verleden van crimineel en hedendaagse 'ster' in één persoon...

Ik heb het artikel -in een soort van afkeurende Pavlov reactie- niet ter hand genomen, maar heb genoten van jouw analyse. Daarom ga ik nu de krant er nog eventjes bij pakken!

Tot dinsdag!

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Het bijzondere van het gewone

'Es gibt keine Wirklichkeit, als die, die wir in uns haben' (Hermann Hesse, Demian)
Doordat Olivia steeds beter gaat praten en ook verbanden gaat leggen en benoemen, wordt mijn fantasie op aangename wijze gestimuleerd. Niet in de betekenis dat ik wegdroom of er zomaar op los fantaseer. Nee, ik realiseer me, door haar opmerkingen, dat de werkelijkheid meer dimensies heeft dan ik met mijn sjabloondenken meen waar te nemen.

Door mijn (levens)ervaring duid ik alles aan de hand van hetgeen ik eerder heb waargenomen en denk te kennen. Ik leg als het ware een sjabloon op de werkelijkheid van mijn omgeving. Ik herken de algemene vorm, beoordeel het razendsnel als een exemplaar van de soort en ga in veel gevallen voorbij aan het specifiek eigene van wat ik zie. Dat is goed te begrijpen en ik houd mezelf voor dat dit heel normaal is. Je hoofd zou overlopen als je alles als uniek zou gaan zien. Daarom volsta ik met een globalere aanduiding van wat ik (her)ken: boom, man, struik, insect... I…