Doorgaan naar hoofdcontent

Balanceren tussen ervaren, weten, geloven en hopen.

Uit een brief van Friedrich Nietzsche aan Jacob Burckhardt [Poststempel: Turijn, 5 januari 1889]:
'Lieber Herr Professor, zuletzt wäre ich sehr viel lieber Basler Professor als Gott; aber ich habe es nicht gewagt, meinen Privat-Egoismus so weit zu treiben, um seinetwegen die Schaffung der Welt zu unterlassen.'
('Uiteindelijk was ik veel liever hoogleraar in Bazel dan God; maar ik heb mijn egoïsme niet zo ver door durven drijven dat ik afzie van het scheppen van de wereld.')

Ik las vandaag bovenstaande regels en ze riepen onmiddellijk gedachten bij me op. In 1889 woont Nietzsche in Turijn waar hij een kamertje huurt bij het gastgezin van de kioskhouder Fino. Hij ondertekent zijn brieven soms met 'De Gekruisigde' en vindt aan de andere kant dat hij met alle egards en blijken van respect als een adelijk persoon behandeld moet worden. Burckhardt waarschuwt Nietzsches vriend Overbeck, die zich naar Turijn spoedt. Nietzsche is dan 45 jaar oud; hij zou 56 jaar worden, 4 jaar jonger dan ik nu ben. Er was toen duidelijk iets aan de hand met Nietzsche op dat moment, maar "gekken" en kinderen zeggen soms rake dingen. Wat Nietzsche hier schreef, is misschien vreemd en zou kunnen duiden op een verwarde geest. Maar scheppen wij in wezen niet allen onze (eigen) wereld, als een God? Er bestaat immers geen objectieve werkelijkheid.

Ik moest denken aan wat Meester Eckhart stelde in de 14de-eeuw in zijn Preek 4 (Ubi est, qui natus est rex iudororum): 'Wil je oog alle dingen zien en je oor alle dingen horen en je hart alle dingen bedenken, werkelijk, dan kan het niet anders of je ziel wordt in al die dingen verstrooid.' Hij pleit dus voor een focus op het Zijn. Maar al te vaak is er voor ons iets beters om mee bezig te zijn en is er iets dringenders of belangrijkers te doen. Maar van uitstel komt maar al te vaak afstel. Morgen draagt de taken van overmorgen alweer in zich. Het is een tunnel zonder einde waaruit geen andere uitweg meer rest dan leegheid, melancholie of dood.

Voor Eckhart is er maar één Nu (Preek 9: Intravit Iesus in qouddam castellum) en hij ziet de hoogste vrijheid in de onthechting. In Preek 34 (In his, quae patris mei sunt) zegt hij dan ook: 'Hoe sterk de mens zich ook aan allerlei dingen heeft gebonden, komt hij tot ware verinnerlijking, dan is hij van alles bevrijd.' Evenals bij het hindoeïsme gaat het hierbij om het samenvallen van het naamloze ik met het overal aanwezige hart van de wereld. Het onverschillig zijn ten opzichte van het verleden en de toekomst waardoor we niets anders zijn dan het eeuwige heden waarin alles samenvalt.

Het scheppen van de (eigen) wereld is, gezien vanuit zo'n standpunt, als actieve bezigheid misschien wel het laatste wat je zou moeten willen. Het opgenomen worden in en het ervaren van de wereld brengt ons wellicht dichter bij de werkelijkheid. Ervaren van het moment en het onthullen van het eeuwige ik in relatie tot de omgeving waar je bent; uitreikend boven de maskers, de functies, identiteiten en verhalen. Aan de andere kant is het creatief scheppend bezig zijn bijna onvermijdelijk voor de Homo Ludens.

Nietzsches einde was ontluisterend. Alles wat hij dacht en schreef is belangwekkend voor ons, maar was uiteindelijk nutteloos voor hemzelf in de laatste jaren van zijn leven. Ook bij hem botsten theorie en praktijk en bleven de wezenlijke zingevingsvragen onbeantwoord. Misschien is dit wel het lot van ons, mensen; het blijft een balanceren tussen ervaren, weten, geloven en hopen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

Speelt mijn linde, zingt de nachtegaal.

Gisteren waren de kinderen met de kleinkinderen op bezoek. Het was mooi weer en het is dan fijn om met zijn allen bijeen te zijn. De kleinkinderen claimen al onze aandacht; de jongsten, Floris en Reinout, omdat ze zo jong zijn en nog verzorging behoeven, Olivia omdat ze als driejarige de wereld aan het verkennen is. Elke leeftijd heeft zijn charme, maar de wereld van een driejarige vind ik wel erg boeiend om als bompa mee te mogen maken.

De taalontwikkeling van de driejarige Olivia gaat met sprongen vooruit. Ze spreekt in hele zinnen, vraagt voortdurend 'Waarom?' en je merkt aan alles dat zo'n kind de wereld aan het ontdekken is. Het kind heeft oog voor zaken waar wij als volwassenen allang blasé aan voorbijgaan. De aanwezigheid van een driejarige in je omgeving maakt dat je zelf de wereld ook weer met andere ogen beziet. De sprookjesachtige wereld van plant en dier, mens en omgeving, openbaren zich in alle luister aan wie er oog voor heeft. Olivia helpt mij de wereld weer …

God bestaat, Hij woont in Brussel.

Gisteravond heb ik een prachtige film bekeken: Le Tout Nouveau Testament, een film van schrijver Thomas Gunzig en cineast Jaco Van Dormael. God bestaat in deze film en Hij bewoont samen met Zijn vrouw en Zijn dochter Ea (verwijzing naar de Evangelische Alliantie?) een bedompt appartement zonder deuren naar de buitenwereld in een hoge flat in Brussel. Deze tirannieke en verknipte persoonlijkheid in zijn badjas terroriseert Zijn gezin en sluit zich op in Zijn geheime werkkamer waar hij op Zijn computer met sadistisch genoegen en uit verveling wetten uitschrijft die de mensheid moeten kwellen met allerlei groot en klein leed. Hij is anders dan Zijn weggelopen zoon J.C., die het volgens Hem te bont heeft gemaakt en naar Gods zeggen maar wat geïmproviseerd heeft. Zijn vrouw laat alles gedwee over zich heen gaan en Zijn dochter Ea komt voor de mensen op; zij hackt Zijn computer, maakt aan alle mensen via SMS hun sterfdatum bekend en loopt weg van huis. Zij daalt via een tunnel in de wasmach…