Doorgaan naar hoofdcontent

Ik had een droom (3)

Dante verontschuldigde zich meteen aan het begin van onze derde ontmoeting. Hij gaf aan dat hij de gesprekken op prijs stelde, maar dat hij weer verder moest trekken. Dante verkeerde in de veronderstelling dat ik mijn zoektocht naar het wezen van wat is wel zonder zijn directe hulp zou kunnen voltooien. Hoe kon ik anders dan blij zijn met de aandacht die me tot nu toe al ten deel was gevallen. Dit was voor mij de gelegenheid bij uitstek om hem nog enkele prangende vragen te stellen.

Ik:
Natuurlijk heb ik er begrip voor dat je verder moet gaan. Ik ben al blij met het feit dat je mij zo uitgebreid te woord hebt willen staan.

Dante:
Het genoegen was geheel aan mijn kant. Het is altijd fijn om iemand te treffen die interesse heeft voor je denkbeelden.

Ik:
Toch heb ik enkele vragen die ik je nog zou willen stellen.

Dante:
Ga je gang. Ik hoop dat ik je vooruit kan helpen.

Ik:
In je jeugd zijn je moeder en je vader al vroeg overleden. In hoeverre heeft dit een rol gespeeld in je leven en werk?

Dante:
Een interessante vraag! In mijn tijd hoorde de dood bij het leven. Dat is natuurlijk in jouw tijd niet anders, maar de vanzelfsprekendheid waarmee wij uiteindelijk kans maakten op een plaats in het empyreum van God is voor jullie minder evident. Eeuwig leven was meer dan alleen maar een optie voor ons. Wij hadden steun aan ons geloof en iedereen in onze omgeving was overtuigd van de waarheid zoals de kerkvaders ons die leerden. Bij een goed leven gold een beter-niet-aards-leven als beloning voor goed gedrag.

Ik:
Ik kan me voorstellen dat deze wetenschap tot steun kan zijn in moeilijke omstandigheden. Maar in onze tijd is geloven minder vanzelfsprekend. Maar hoe gingen jullie met de dood om?

Dante:
De dood was onderdeel van het leven, zoals ik zojuist al zei. De acties van Vrouwe Fortuna, die ook nu nog een flinke vinger in de pap heeft, werden meer geaccepteerd dan nu het geval is. Ik heb de indruk dat jullie in de westerse wereld vinden dat je overal recht op hebt. Het was voor ons eenvoudiger om haar rol te accepteren omdat het ingebed was in een sluitend theologisch en filosofisch idee waarin de cyclische tijd waarin wij leven naadloos overging in die van de eeuwigheid, waarbij God als scheppende macht de liefde centraal stelde.

Ik:
Jullie wisten je in goede handen bij het inruilen van het tijdelijke voor het eeuwige leven, met de dood als scharnierpunt tussen die beide werelden?!

Dante:
In wezen komt het daar wel op neer.

Ik:
En je had er een rotsvast geloof in dat je de overledenen weer tegen zou kunnen komen in het hiernamaals?

Dante:
Dat is toch een prachtige gedachte?!

Ik:
Je doet nu of je een keuze hebt om te geloven...

Dante:
Ik had geen keuze. In mijn tijd was geloven een onbetwistbaar onderdeel van het leven, de realiteit van alledag. Ik benijd jullie niet met je keuzevrijheid om wel of niet te geloven, met al je vragen die daaruit voortvloeien en waarop je waarschijnlijk nooit een sluitend antwoord zult vinden. Het alternatief voor geloven is om niet te geloven. Ieder van jullie zal zelf zin aan het leven moeten geven. In dat opzicht had ik het eenvoudiger. Als ik het op een afstandje bekijk, zie ik dat het jullie niet gemakkelijk afgaat.
Ik ben dood en heb jullie mijn werk nagelaten. Op deze manier leef ik na mijn dood nog voort, zelfs hier op aarde in jullie dromen. Ik moet weer verder en laat je nu achter, in de wetenschap dat over dit alles het laatste woord nog niet is gezegd. Het ga je goed, reiziger!

En weg was hij... Ik werd met een schok wakker. Daar lag ik dan, beteuterd en met al mijn vele onbeantwoorde vragen. De persoon waarop ik mijn hoop had gevestigd, had medelijden met mijn keuzevrijheden die ik als verworvenheden koesterde.
Mijn moeder stierf met een beeldje van de Heilige Rita in haar handen; in de vaste overtuiging dat ze haar echtgenoot Wouth na haar dood weer zou tegenkomen, zoals Dante wist dat hij zijn Beatrice en anderen ook weer zou ontmoeten...
Dante had gelijk; opgevoed in een verzuilde omgeving en nu levend in een maatschappij waarin kerk en kerkelijk geloven niet meer zo prominent verweven zijn met het dagelijkse leven, ben ik zelf verantwoordelijk voor de zingeving van mijn leven. Ik zal mijn eigen keuzen moeten maken en weet niet of ik daarbij te benijden ben.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nikkers en negers in kinderboekjes

Bij het opruimen van onze "rommel" kamer vond ik tussen mijn oude kinderboeken een typisch 60-er jaren boekje: Oki en Doki bij de nikkers door Henri Arnoldus (1919-2002) en Carel Willem (Carol) Voges (1925-2001). Het zijn de kinderboekjes waarmee mijn generatie is opgevoed en die mijn leeftijdgenoten bekend moeten voorkomen.

Nee, de negers slapen niet.
"Jammer, dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders..."
"Anders aten we ze op!" roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. "Blanke mensen smaken fijn," zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.

Het is het tijdperk van de Bimbo-box, die ik in mijn blog Achter de feiten aan al eens vermeldde. Het is om je wild voor te schamen. Het is pas 50 jaar geleden dat dit soort boekjes bon ton waren. Godfried Bomans (1913-1971) schreef De Avonturen van Pa Pinkelman en ook deze boekjes werden geïllustreerd door Carol Voges. Er was sprake van een mateloze onnozelheid, onwetendh…

In memoriam Jan Jansen

Ik ontving eergisteren het bericht dat dirigent Jan Jansen afgelopen zaterdag 24 mei 2014 op 90-jarige leeftijd is overleden. Van Rose-Rie, zijn dochter die bij mij in het Zuid-Nederlands Kamerkoor zingt, had ik vorige week al gehoord dat het niet goed ging met hem. Toch kwam het bericht van het overlijden onverwacht voor me.

Jan Jansen was een begrip in Tilburg toen ik als 18-jarige jongeman aan het conservatorium kwam studeren. Mijn vrouw Kitty en haar moeder Trudy zongen bij Jan in zijn koren en hij was ook leraar aan het Paulus Lyceum waar Kitty van hem muziekles kreeg. Ik zou hem veel later opvolgen als muziekdocent aan die school. Jan was meer dirigent dan muziekdocent en hij werd geroemd om zijn initiatieven, zijn humor en vakmanschap. Ik keek op tegen Jan en ik heb destijds geen contact met hem (durven) zoeken ondanks het feit dat wij niet ver van elkaar woonden. Daar heb ik wel spijt van maar gedane zaken nemen geen keer. Vorig jaar heb ik hem opgezocht en we hadden een aller…

Ik had een droom (2)

Vannacht trof ik Dante op de stadsmuur van het Italiaanse plaatsje Lucca. Dante stelde me voor om samen het glas te heffen aan het pleintje waar het standbeeld van Puccini is geplaatst. Weldra zaten we in de stralende zon met een glas rode wijn in onze hand.

Dante:
Zullen we ons gesprek van gisteren voortzetten?

Ik:
Fijn, ik verheug me erop en ik ben zeer vereerd dat je na gisteren nog met me wilt praten.

Dante:
Natuurlijk! We hebben het gehad over het Heelal en over het multiversum. Ik moest erover denken, het is zo anders dan ik gewend ben om er tegenaan te kijken.

Ik:
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Maar of je er op jouw manier over nadenkt, of op de manier van Hawking en Mlodinov, het blijft uiteindelijk ons bevattingsvermogen te boven gaan. En het model dat jij hanteert, heeft als grote voordeel dat ik het enigszins wél kan begrijpen.

Dante:
Dat bedoelde ik gisternacht ook te zeggen met mijn opmerking dat Hawking en Mlodinov het ook niet 'weten'.

Ik:
Dat begreep ik al en ik moe…